Hooggevoeligheid in het onderwijs

In 2006 gaf ik een lezing over hooggevoeligheid in het onderwijs bij De Roos in Amsterdam. Bij het opschonen van mijn bestanden kwam ik de tekst van deze lezing weer tegen. Toen ik hem doorlas, vond ik hem nog steeds de moeite waard om te delen. Hij is nog steeds actueel, ook al zijn er inmiddels diverse ontwikkelingen op het gebied van hooggevoeligheid in het onderwijs op gang gekomen. Maar we zijn er nog lang niet. Nog steeds wordt er op veel plaatsen geworsteld om de school aan te passen aan het veranderde leerlingenbestand in plaats van andersom. Het is niet een verhaal met praktische tips. Daarvoor is het te lang geleden dat ik zelf midden in de onderwijspraktijk stond (46 jaar!).  Wat ik in deze lezing wel doe is laten zien, zoals ik dat in al mijn lezingen en boeken doe, hoe je als leerkracht, ouder, scholier, een helende levenshouding kunt ontwikkelen waardoor je vanuit ontspanning  en vanuit een stevig gevoel van eigenwaarde in staat bent, veranderingen te bewerkstelligen.

Hieronder volgt de lezing, precies zoals ik hem toen uitgesproken heb.

Stilte

Ik begin mijn lezingen altijd met even stil te zijn. We hebben allemaal al een hele dag achter de rug, hebben al van alles meegemaakt. We beginnen met contact te maken met de rust in onszelf zodat we ons kunnen ontspannen en helemaal met onze aandacht hier kunnen zijn. Ga maar zo lekker mogelijk op je stoel zitten. Voel de grond onder je voeten. Voel je lichaam. Breng dan je aandacht naar je ademhaling. Voel hoe de lucht in je lichaam komt en hoe hij er weer uit gaat. Wees er gewoon bij. Voel wat er is, van binnen. Voel wat er voorbij komt aan beelden, gevoelen, gedachten… laat alles wat je niet dient, op een uitademing los. Laat het maar gewoon gaan. Net zo lang tot je helemaal in het nu bent. Helemaal hier aanwezig. Wakker, open, alert. Voel wie je bent, al die jij bent. Met al je kracht, al je wijsheid, al je mogelijkheden. Stel je ervoor open om vanavond nieuwe ontdekkingen te doen, nieuwe inzichten te verwerven, een nieuw stuk van jezelf naar boven te laten komen. Breng dan in je eigen tempo je aandacht terug naar je lichaam, op de stoel, in deze zaal. Beweeg je een beetje en doe je ogen open.

Inleiding

Het lijkt een heikele onderneming om een avond over hooggevoeligheid in het onderwijs te organiseren terwijl ik zelf al lang niet meer concreet betrokken ben bij het onderwijs. De tijd dat ik voor de klas stond, lijkt een vorig leven. Er zijn dus veel ontwikkelingen die ik niet ken. De reden dat ik dit toch doe is dat ik veel reacties krijg van ouders, leerkrachten en studenten die met het onderwijs te maken hebben. Ik durf dit avontuur aan omdat ik veel weet van hooggevoeligheid en aan de andere kant veel ervaring heb met het begeleiden van veranderingsprocessen, met name het begeleiden van pioniers. Ik mag dan de ontwikkelingen in het onderwijs zelf niet zo bijgehouden hebben, ik heb wel een grote liefde voor het vak. Kennis en ervaring delen is iets wat ik gewoon niet kan laten en ook hier vanavond kruipt het bloed gewoon waar het niet gaan kan.

Wij zijn hier als gelijken. Jullie hebben de actuele kennis en ervaring van het moeder, vader, verzorger zijn, het leerling zijn, het leraar zijn. Ik breng mijn ervaring als procesbegeleider in. We zijn allemaal pioniers, dat vind ik heel belangrijk om aan het begin vast te stellen. We zijn pioniers op het gebied van hooggevoeligheid. Het is nog maar een jaar of zes geleden dat we begonnen zijn, over hooggevoeligheid te praten. Daarvoor bestond het wel, maar er was nog niet echt een taal, geen begrippenkader om het erover te hebben. Nu die taal er steeds meer komt, ontstaan er ook mogelijkheden om invloed uit te oefenen.

Ik ontmoet bij mijn lezingen vaak ouders en leerkrachten die hun klachten en grieven spuien over het onderwijs. Het is belangrijk om vast te stellen dat die er zijn, dat is eigenlijk de eerste stap naar verandering.

Als je de motor van je onvrede gebruikt om positieve veranderingen te bewerkstelligen, dan ben je een pionier. En ik wil jullie allemaal, ouders, leerlingen en leraren, graag oproepen om een pionier te zijn in het onderwijs.

De essentie

De kernvraag voor vanavond is wat mij betreft dan ook: Hoe kan ik in mijn situatie als ouder, leerling, leraar invloed uitoefenen om de situatie van hooggevoelige kinderen en hooggevoelige leerkrachten op school te verbeteren? Na de pauze zullen we kijken of we concrete antwoorden op die vraag kunnen vinden. Vóór de pauze wil ik eerst een aantal concrete voorbeelden geven van uitdagingen waar leerlingen, leraren en ouders voor staan en daarna een aantal handreikingen geven voor pioniers.

Maar nu eerst: waar hebben we het over?

Wat is het onderwijs? We zijn nogal eens geneigd, het erover te hebben alsof het een log systeem is dat een eigen leven leidt, waar we zelf geen invloed op hebben. Dat is echter een manier van praten en een manier van denken die ons verlamt. Laten we vanavond proberen om op een andere manier naar onderwijs te kijken. Als een levend organisme waar wij allemaal deel van uitmaken, waar wij allemaal zo goed en zo kwaad als het gaat in leven en waar wij allemaal invloed op hebben. Nu kun je wel zeggen, ik heb geen invloed, maar dat is niet waar. Ook als je jezelf nooit laat horen, heb je invloed. Dan bevestig je gewoon dat het gaat zoals het gaat. Laten we eens kijken of we de essentie van onderwijs in een beeld kunnen vatten. Kijk maar of er een beeld bij je opkomt wat voor jou de essentie van onderwijs is.

Zelf houd ik erg van het beeld van kinderen in een kring om het vuur staan. En achter hen staan de volwassenen, de ouders, de leraren en alle anderen die de kinderen aanmoedigen, de wijsheid, de kracht, de speelsheid die ze in zich hebben, naar buiten te brengen en te ontwikkelen. We staan allemaal rond het vuur, dat ons licht geeft en warmte, het is het vuur in ons midden en in onszelf dat ons verbindt. Ik heb een keer een tekening gemaakt van dit beeld en het was een grote vreugde om al die kinderen en volwassenen op een verschillende manier uit te beelden. Al die verschillen, en ieder een eigen plek rond dat vuur.

Ik weet niet hoe jullie ervaring is, maar ik heb zelf altijd het best kunnen leren en ook het best kunnen onderwijzen als ik wist dat ik een eigen plekje had in die kring bij dat vuur. Als ik mezelf mocht zijn en anders mocht zijn dan de anderen. En als ik kon genieten van het anders zijn van de anderen.

Laten we dat beeld, of je eigen beeld van de essentie van onderwijs vanavond in gedachten houden, want dat is het verlangen van waaruit we hier bij elkaar zijn en dat misschien nog meer dan die onvrede een motor kan zijn voor verandering en groei.

De praktijk

Ik schets nu eerst een aantal voorvallen uit de onderwijspraktijk. Ze komen uit het leven van mensen die mijn lezingen bezochten, mensen die mij schreven, mensen die schreven naar internetforums. Om redenen van privacy heb ik de namen veranderd. Vooraf wil ik dit zeggen: ik ben er van overtuigd dat overal in het onderwijs kinderen, leerkrachten en ouders verschrikkelijk hun best doen om er iets goeds van te maken. De meeste mensen die bij het onderwijs betrokken zijn, zijn heel welwillend en hebben een grote inzet. Dat maakt het ook zo pijnlijk als desondanks een aantal dingen toch niet goed blijkt te lopen. Een van de uitdagingen waar we voor staan, is om elkaars inzet te waarderen en daarnaast op een respectvolle manier ook duidelijk te zeggen wat we op onze lever hebben. Dan nu de ervaringen met de schoolpraktijk.

Nanke is drie jaar en zit op een kinderdagverblijf. Tijdens de lunch moeten alle kinderen in een kring hun boterhammetje opeten. Nanke zoekt een rustig hoekje om te gaan zitten. Maar dat mag niet van de leidsters. Ze moet in de kring. Dan zet ze haar stoeltje in de kring, maar met haar rug naar de kring toe. Ook dit mag niet. ’s Middags spreekt de juf de moeder van Nanke er op aan dat haar dochtertje zo vaak ongehoorzaam is. Nanke wist precies wat ze nodig had. Maar hoe lang zal ze dat nog zo goed weten?

Patrick is 5 jaar. Hij is op het speelplein aan het spelen en opeens begint het te sneeuwen. Hij blijft doodstil staan, verroert geen vin meer en ziet lijkwit. De juf denkt dat hij ziek is, en laat hem naar binnen. Zijn moeder weet wel beter. Als het regent of sneeuwt, raakt hij in paniek. Hij kan geen water of sneeuw op zijn gezicht verdragen. Zo zijn er meer dingen waar hij van in paniek raakt. Bijvoorbeeld tijdens de gymles. Op een keer komt hij de klas binnen en zit daar een andere juf op de stoel. Zijn moeder moet hem naar binnendragen, hij is helemaal overstuur.

Joost zit in groep vier. Er wordt gezegd dat hij ADHD heeft. Zijn moeder twijfelt daar aan, hoewel ze hem wel anders vindt dan andere kinderen. In de klas is hij heel druk, maar thuis kan hij uren zoet zijn met het uit elkaar halen van oude radio’s en het maken van elektrische verbindingen. Hij timmert ook graag. Maar helaas, op school draait het meestal om hoofdwerk. En daar is hij niet zo goed in. Nu heeft de juf bedacht dat ze een les timmeren gaat geven. Joost is daar heel blij mee, nu kan hij eindelijk laten zien waar hij goed in is. Een week van tevoren bedenkt hij al wat hij gaat maken. Maar als de les daar is, blijkt dat iedereen hetzelfde moet maken; een bankje van drie plankjes. Veel te simpel voor hem, want hij kan al veel meer. Maar de juf maakt geen uitzondering en stelt ook niet voor dat hij beter andere kinderen kan helpen omdat hij het al zo goed kan. Joost erg boos en komt helemaal overstuur thuis.

Femke is na veel problemen overgeplaatst naar een vrije school. De sfeer op deze school en in de klas is voor Femke heel prettig. Hier is herhaling, ritme en structuur heel belangrijk en dat zorgt voor veel duidelijkheid en veiligheid. Ook is er steeds een natuurlijk evenwicht tussen rust en actie, waardoor ze steeds opnieuw bij zichzelf terug kan komen. Het onderwijs en de jaarfeesten sluiten goed aan bij Femkes gevoelige aard. Haar moeder zegt: Ik heb de indruk dat kinderen in het Vrije Schoolonderwijs meer tijd krijgen om te worden wie ze in hun kern zijn en dat er minder sterk met een gemeenschappelijke maat gewerkt wordt.

Sander zit in 4Havo en weet sinds kort dat hij hooggevoelig is. Hij zegt: ‘Ik weet uit ervaring dat hooggevoelige kinderen op school niet graag een speciale behandeling krijgen. Je voelt je vreselijk opgelaten als dat gebeurt. Zo gaf mijn lerares Algemene Literatuur mij een hoger punt voor mijn boekverslag, omdat ik gedichten schrijf, en zij dit geweldig vindt. Ik haat dat soort dingen. Een hoog punt is wel fijn, maar niet als ik het onverdiend heb gekregen.
Ik hoop in de klas altijd maar dat ik niet opval. Ik wil met rust gelaten worden. Meestal zit ik dan ook alleen. De leraren hebben aangeboden om leerlingen af en toe een dagje met rust te laten als het tegenzit. Maar ik heb dat elke dag wel bij 2 lessen, en dat soort speciale
hulp wil ik niet. Ik functioneer het best als ik zoveel mogelijk zelfstandig kan doen.’

 Dénise is opvoedster in opleiding. Ze zegt: ‘ik moet voortdurend tegen de stroom ingaan en mijn docenten overtuigen van mijn kwaliteiten als gevoelige, eerder introverte hulpverlener.  Mijn leraar beroepspraktijk heeft een heel vast beeld van hoe opvoeders zouden moeten zijn. Ik pas daar totaal niet in. Ik werk met mentaal gehandicapte kinderen en ik ben ervan overtuigd dat ik  hen iets extra’s kan meegeven, zij het dan op mijn eigen manier: met muziek, met helende aanraking, via een écht contact en ja, veel rustiger en zachter dan mijn collega’s.

Mariëlle is leerkracht op een basisschool. Zij zegt: ‘Ik zie iedere keer opnieuw talentvolle gevoelige collega’s met meer inzicht, met meer bewustzijn, uitvallen. Ze voelen zich niet prettig op school omdat er niet naar hen geluisterd wordt en omdat ze voortdurend weerstand ervaren. Je bent nu eenmaal aangenomen om kinderen te leren rekenen, lezen en schrijven. Zo simpel ligt het voor de anderen. Terwijl je ziet dat steeds meer gevoelige kinderen geen aansluiting vinden, eenzaam worden, zich terugtrekken op zichzelf of juist agressief worden.

Heleen, ook hooggevoelig, hield het na een aantal jaren als leerkracht op de basisschool voor gezien. Zij zegt: Ik heb altijd al een zesde zintuig gehad voor kinderen die het moeilijk hebben. Ik kan goed contact met ze maken. Collega’s  zagen mij als een leerkracht met een groot waarnemingsvermogen, iemand die in staat is om verbanden te leggen en die liever uitgaat van mogelijkheden en niet van onmogelijkheden. Maar het zijn ook mijn valkuilen gebleken want als het om problemen met kinderen ging, liep ik vaak stuk op regels en procedures en dat heeft me enorm gefrustreerd. Ik vind het bijvoorbeeld onbegrijpelijk als een school een toets wil afnemen bij een kleuter terwijl gebleken is dat dit kind een handicap heeft waardoor hij die toets niet kan bevatten omdat de vragen te lang zijn.

Ik ben in het onderwijs vaak geconfronteerd met beslissingen die geen recht doen aan een kind, met uitspraken waar je tenen van krom gaan staan en met een manier van omgaan met elkaar binnen een team die ronduit droevig is. Er werd weinig gecommuniceerd. Iedereen zag  wel wat er gebeurde, maar nam niet de verantwoordelijkheid om er tegen op te treden. Ik heb verschillende keren kinderen van andere leerkrachten in de kraag gepakt omdat ze iets deden wat niet door de beugel kon. Niet iedere collega kon dat waarderen en ook de kinderen vonden niet altijd dat ze mij verantwoording schuldig waren. Ik was hun juf toch niet? Voor mij is de school juist een plek waar je dingen samen doet, waar je samen een school bent, je bent een onderdeel van een groter geheel en je kunt leren van iedereen.

Anja, die nu volwassen is, en moeder van een hooggevoelig kind, zegt: Ik kon er vroeger niet tegen als leerlingen geen respect hadden voor bepaalde leraren. Ik vond het vreselijk als er kwaadgesproken werd en als er kinderen gepest werden. Ik kon niet tegen onrechtvaardigheid en oneerlijkheid. Ik kon niet stoer doen om mijzelf beter te voelen. Ik kon een ander niet kwetsen om mijzelf sterker te voelen. Ik kon niet mee doen om maar bij de groep te horen. Ik wist dat ik hierin verschilde van mijn klasgenoten. Ik vond geen aansluiting en sloot me af van de buitenwereld. Ik was niet zo en ik kon er ook niets over zeggen, want dat zou beteken dat ik het pispaaltje van de klas zou worden. Als ik terug kijk, vraag ik mij af waarom nooit iemand iets aan mij gevraagd heeft in plaats van alleen maar conclusies te trekken wat er met mij aan de hand kon zijn. Ik had gewild dat ze mij als een wijs kind hadden gezien dat in staat was mensen emotioneel te steunen en zelfs te begeleiden. Ik had goudeerlijk gezegd waarom ze in het leven vastliepen en wat ze zouden kunnen doen om hun leven te veranderen. Ik had gehoopt dat mensen open zouden staan voor mijn kennis. Het is niet dat ik geen vriendinnetjes wilde. Het is niet dat ik me terug wilde trekken. Ik durfde me niet meer te uiten, omdat ik mij anders voelde. En als iemand had gevraagd waarom ik zo deed als ik deed, had de oplossing misschien aan het licht kunnen komen.

En tot slot Elize, die zegt: ik voel me altijd al een pionier: in ons gezin vroeger, tijdens mijn studie, als moeder, ook op de school van mijn dochter, in mijn werk, in mijn relatie. Soms slaat ook wel de eenzaamheid toe: nee, nou effe niet! Ik heb echt behoefte aan mensen met wie ik dat pionierschap kan delen.

Pionier zijn

En deze uitspraak brengt ons naar het pionier zijn. Ik denk dat velen van ons de ervaring van Elize delen dat je vaak in een situatie bent waarin je merkt dat je alleen staat, dat je op niemand terug kunt vallen. Je voelt dat je anders bent dan de anderen, ook al zou je dat misschien het liefst niet zijn. Je kunt dan kiezen uit doen alsof, wat geen prettig gevoel geeft, doen alsof je onzichtbaar bent, wat wel rustig is, maar je op den duur ondermijnt, of rustig laten zien wie jij bent en wat jij vindt. In het laatste geval ben je een pionier. Wees je ervan bewust dat je met velen bent. Je bent echt niet de enige. Kijk maar eens om je heen. Als je op school problemen rond hooggevoeligheid aankaart, bewijs je niet alleen jezelf een dienst, maar vele kinderen, ouders en leraren. Je helpt dan mee om de geschiedenis een andere wending te geven. Niet door grootse daden, maar door gewoon jezelf te zijn.

Pijn verwerken

Veel mensen zijn gefrustreerd, aangeslagen, boos door hun ervaringen in het onderwijs. Ik ontmoette pas nog een wat oudere man die volgens zijn zeggen afgekeurd was als leraar vanwege zijn hooggevoeligheid. Ik kon met hem geen gesprek voeren over het onderwijs, hij kon alleen maar praten over zijn boosheid en verdriet. Waar hij behoefte aan had, was de erkenning van zijn gevoelens.

Ik denk dat dit de eerste fase is als de motor van de onvrede begint te werken. Het is heel belangrijk om je eigen gevoelens van onvrede te erkennen. Om jezelf onvoorwaardelijk te accepteren, inclusief die gevoelens, zelfs al lijken ze af en toe irreëel. En als je dat niet kunt, is het goed als je mensen kunt vinden die je begrijpen, zodat je niet meer hoeft te ontkennen wat je voelt. Dat kan helpen. Als je dan jouw eigen gevoelens voelt, erkent en respecteert, dan kun je ze verwerken. Pas als dat gebeurd is, kun je de helderheid en de openheid opbrengen om met anderen in gesprek te gaan.

Alle hooggevoelige volwassenen kennen de ervaring van het afgewezen zijn op een heel kostbaar stuk van zichzelf: hun intuïtie, hun wijsheid, hun mededogen, hun empathie, hun verlangen om de ander op een diep niveau te ontmoeten. Het is prachtig als je jouw gevoeligheid kunt geven om mensen nabij te zijn, maar het is heel pijnlijk als het je onmogelijk wordt gemaakt. Als dat met een kind gebeurt, trekt het zich terug. We worstelen allemaal met dat overlevingsmechanisme van terughouding.

Als je in de gaten begint te krijgen hoe dit gewerkt heeft, treedt er een periode van herstel in. Dat is een tijd waarin vaak de pijn van vroeger weer naar boven komt en waarin het ook vaak heel verdrietig is om te zien hoe je je nog steeds terughoudt, terwijl je het zo graag anders zou willen. Tegelijkertijd groeit het verlangen om je ware zelf steeds meer te tonen.

Aan het eind van de herstelperiode begin je een vastbeslotenheid te voelen om je ware aard te laten zien en er respect voor op te eisen. Als je hier bent in je proces, is misschien de tijd aangebroken om op school in gesprek te gaan. Met veel liefde voor jezelf, voor je eigen aard en voor al die hooggevoelige kinderen die we niet in de steek kunnen laten. Door in onze eigen waardigheid te staan, kunnen we ervoor zorgen dat het voor hen gemakkelijker wordt dan het voor ons geweest is. Als je echt spreekt vanuit je essentie, dan wordt de ziel van de ander aangeraakt, dan is er een grotere kans op een goed gesprek.

Voel hoe je in je eigen waarheid en in je volle waardigheid staat. Sta achter jezelf. Twijfel niet. Als een ander het niet begrijpt, wil dat nog niet zeggen dat wat jij vindt, niet klopt. Spreek niet vanuit je rol als ouder, leerkracht of leerling. Zie degene met wie je praat ook werkelijk. Wees je ervan bewust dat het om gedeelde belangen gaat. Het gaat niet alleen om jouw belang. Het gaat er ook om, dat de ander kan zien welk belang hij of zij hierbij heeft. Je hoeft geen strijd te voeren. Je oefent op een prachtige manier invloed uit door gewoon te zijn. Als je authentiek in je eigen kracht staat en de ander uitnodigt, zonder gefixeerd te zijn op het resultaat, dan gaat de rest vanzelf. Als je in je eigen centrum staat en vanuit ontspanning spreekt, dan voel je vanzelf waar je de ander kunt ontmoeten. Mocht je bij de ander erg veel weerstand voelen, ga dan niet zitten duwen en trekken. Zeg gewoon wat je te zeggen hebt, vraag begrip en medewerking en laat het daarbij. Kennelijk is het dan niet het juiste moment om door te gaan. Duwen en trekken kost vreselijk veel energie en levert meestal alleen maar frustratie op. Als de ander ergens niet voor open staat, dan is dat gewoon zo, dat moet je respecteren. Ja, maar mijn kind of de kinderen dan? Zul je misschien denken. Maar het is belangrijk om er op te vertrouwen dat er nog wel een kans zal komen. Blijf alert. Misschien is het later op een andere manier mogelijk. Bijvoorbeeld doordat je dan namens meer mensen kunt spreken. Of iemand anders vindt die het gesprek beter met die persoon aan kan gaan. Het kan ook zijn dat je moet concluderen dat praten hier geen zin heeft en dat je in het belang van je kind over een andere school moet gaan nadenken. De kunst is om de ander in zijn waarde te laten, ook al ben je het helemaal niet met zijn manier van doen eens. Vertrouw er op dat jouw bijdrage zijn werk zal doen, ook al zie je nog geen direct resultaat.

Mijn vader was een heel gevoelig mens. Hij liep volkomen vast met die gevoelige aard en wist het hoofd alleen boven water te houden door vreselijk streng te zijn voor zichzelf en zijn gezin. Zo dacht hij ook mij te kunnen beschermen voor mijn gevoeligheid en voor de kwetsuren die hij zelf had opgelopen. Hij leerde me om mijn gevoel te onderdrukken en me onzichtbaar te maken. Maar… .

Deze tijd is gelukkig anders. Er is meer ruimte om helemaal jezelf te zijn. Er is meer ruimte voor diversiteit. Alleen, je merkt het pas als je het doet. Je schept je eigen ruimte door te zijn wie je wilt zijn, door te zeggen wat je wilt zeggen, door te doen wat je wilt doen. Het is spannend om het achterste van je tong te laten zien. Ook voor mij is het nog steeds spannend. Ook om een lezing te kunnen geven als deze, moet ik de nodige angst overwinnen. Maar het is de moeite waard.We kunnen elkaar daarbij bemoedigen en helpen. We kunnen elkaar steunen om moedige stappen te zetten en we kunnen het samen vieren als het lukt.

 

Na de pauze

Een energieveld creëren

Deze meditatie vond plaats met de mensen die er op dat moment waren. Als lezer kun je dit ook doen door je voor te stellen dat alle mensen die de intentie hebben om het onderwijs ten positieve te beïnvloeden, aanwezig zijn.

Voordat we met elkaar gaan praten, wil ik eerst met jullie samen bewust een energieveld creëren. Dat is iets wat verder reikt dan alleen deze avond. Je zult merken dat je deze energie mee neemt naar huis en dat ze haar werk zal doen. Dit is iets waar hooggevoelige mensen heel goed in zijn. Je hoeft er niet je best voor te doen. Het gaat vanzelf.

Zet je voeten goed op de grond. Voel hoe je lichaam op de stoel zit Voel hoe de aarde je draagt en hoe de zwaartekracht je op de grond houdt. Breng je aandacht naar je ademhaling. Blijf er maar een tijdje bij. Voel je lichaam. Voel de plekken waar de lucht langs strijkt. Kijk of je je verder kunt openen, zodat de zuurstof tot in al je cellen door kan dringen.

Voel wie jij bent. Al wie jij bent, met al je levenslust, al je wijsheid, al je mogelijkheden. Zeg er ja tegen. Laat al wie jij bent hier aanwezig zijn. Misschien voel je iets van twijfel, van angst of verzet. Voel maar gewoon wat je voelt. Dat is prima. Als je iets los wilt laten, laat dat dan op je uitademing los. Ook oordelen, twijfel aan jezelf, meningen over jezelf die je belemmeren om te groeien, als je ze los wilt laten, laat je ze los. Kijk hoe ver je kunt komen. Of je helemaal aanwezig kunt zijn. Stel je open voor nieuwe mogelijkheden, nieuwe inzichten, nieuwe vermogens. Stel je ervoor open dat je iemand zou kunnen zijn van wie je nooit gedacht had dat je die kon zijn.

Voel dan het energieveld dat we hier met zijn allen creëren. Voel hoe krachtig het is. Voel hoe het je optilt. Kijk hoever je je mee durft te laten nemen. Voel hoeveel vertrouwen je hieruit kunt putten. Voel hoe jij hier in dit energieveld aanwezig bent. Voel nog eens je voeten op de grond. Voel hoe je helemaal in je lichaam bent en tegelijkertijd verbonden bent met alle kinderen en met alle mensen die zich inzetten voor kinderen. Voel hoe nu de energie van de kinderen erbij komt. Voel de vrolijkheid, de speelsheid, de wijsheid, de liefde, het mededogen van de kinderen. Stel je er helemaal voor open. Voel de liefde van al die volwassenen die achter hen staan. Zie hoe verbonden ze zijn, ook al hebben ze verschillende rollen.

Breng nu je aandacht weer naar je eigen ademhaling. Voel hoe je rustig in je eigen lijf bent. We hebben een energieveld gecreëerd waaruit we plezier, wijsheid en nieuwe oplossingen kunnen putten. Dit energieveld blijft bestaan, ook al eindigt deze meditatie dadelijk. We kunnen er altijd naar terug om ons op te laden met aanmoediging, ondersteuning, vertrouwen, plezier in onze mogelijkheden, ook als we weer thuis zijn.

Tenslotte een gedicht van Hans Andreus.

Je bent zo
mooi
anders
dan ik,

natuurlijk
niet meer of
minder
maar

zo mooi
anders,

ik zou je
nooit

anders dan
anders willen.

 

Hans Andreus

 

 

 

Advertenties

De kunst van het laten

De kunst van het laten, voor mij actueler dan ooit.

 

Ik dacht altijd dat ouder worden alleen maar een kwestie was van ouder worden in leeftijd. Nu ik 71 ben, kijk ik daar toch wel wat anders tegen aan.

Dit is voor mij een periode van grote veranderingen. Twee verhuizingen, een ingrijpende verbouwing, een gewenningsproces op een nieuwe plek  met een grote groep mensen, het overlijden van mijn oudste zus hebben mijn wereld op zijn kop gezet. Ik heb lang gedacht, als ik dat allemaal verwerkt heb, word ik wel weer wie ik was, en dan ga ik weer aan de slag.

Nu vraag ik me af of die dag ooit komt. Word ik wel weer wie ik was? Het zou goed kunnen van niet. Ik ben niet meer dezelfde van vier jaar geleden. Eigenlijk weet ik vaak niet meer wie ik ben. Het zelfvertrouwen dat ik dacht opgebouwd te hebben, het lijkt vaak kwijt te zijn. Ik voel me vaak wankel in het leven staan. Er is zoveel waar ik op vertrouwde en waar ik niet meer op kan rekenen. Ik dacht heel pijn uit het verleden verwerkt te hebben en opeens komt het allemaal weer in volle glorie opzetten. Kortom, ik heb er een dagtaak aan, me tot mezelf te verhouden.

Vraag: Is dat erg?

Is het erg als al je zekerheden onderuit lijken te worden gehaald? Ik denk vaak van wel en dan ben ik bang of verdrietig. Maar nu ik zo zit te schrijven, merk ik dat het alleen maar mijn zelfbeeld is dat instort. Is dat erg? Nee. Al is het helemaal niet leuk. Maar ik kan ook naar dat instortende zelfbeeld kijken en denken: het heeft kennelijk zijn houdbaarheidsdatum bereikt. Ik ben een ander mens aan het worden. En dan merk ik opeens dat ik dat eigenlijk wel heel spannend vind! Ik ben een nieuwe levensfase in aan het gaan en ik ben aan het ontdekken hoe ik me daar gelukkig in kan voelen.

In 2011 schreef ik in Het geluk van hooggevoeligheid een hoofdstuk over de kunst van het laten. Het is alsof ik het voor mijzelf in de toekomst geschreven heb. Het is nu, bijna 7 jaar later, heel actueel en ik put er veel troost uit.

 

De kunst van het laten

… Naarmate ik ouder word, merk ik steeds meer dat geluk niet alleen voortkomt uit het doen maar vooral ook uit het laten. Onze maatschappij is nog erg gericht op het doen, al groeit de aandacht voor het zijn. Het is onmogelijk om een continue stroom van inspiratie te houden als je alleen maar in de actie zit. Stilstaan, stil zitten, stil liggen, verteren, is op zijn tijd zeker zo belangrijk. Het gaat om de balans tussen doen en laten en die is voor iedereen verschillend. Hooggevoelige mensen hebben regelmatig tijd nodig om te mijmeren. Wat zit je nou te niksen? Ik verteer, ik broed, ik rust uit. Even niks! Ook hierin kunnen hooggevoelige mensen pioniers zijn.

Laten is niet alleen maar niet doen. Laten is ook:

niet willen,

niet willen hebben,

niet willen gebruiken,

niet willen veranderen,

niet willen betwisten,

niet iets willen zijn,

je niet verzetten.

 

Laten is

niet opvullen,

geen taak op je nemen,

niet iets voor een ander oplossen,

al dringt die nog zo aan,

de ander zijn anders zijn,

zijn eigendom,

zijn problemen,

zijn verdriet

en zijn onvermogen gunnen,

 

Laten is

geduld,

je niet iets toe willen eigenen

wat niet van jou is,

wetend

dat al je behoeften vervuld zullen worden,

dat je verlangen

verlangen mag zijn zo lang als dat nodig is.

 

Laten is

met lege handen durven staan,

de leegte aankijken,

ontspannen,

alleen maar zijn met wat er is,

zowel in als buiten jezelf,

vertrouwend op de juistheid

en het bestaansrecht

ervan.

 

Laten is

actief en alert aanwezig zijn

bij wat zich aandient

zonder in te grijpen,

op je handen zitten,

het ongemak verdragen van niet doen

en zo steeds meer groeien

naar wel-lustig genieten,

de ruimte voelend tussen uit- en inademing,

eb en vloed,

luisterend naar het veranderende tij.

 

Laten is

voldoening voelen

na gedane arbeid,

in de leegte

ruimte laten ontstaan

voor nieuwe inspiratie

 

© Marian van den Beuken

 

Joep gaat naar school en we leren allemaal

Mijn kleinzoon Joep is vier geworden en begint na de zomervakantie aan zijn schoolcarrière.

Hij verheugt zich er op om naar school te gaan, hij kan gewoon niet wachten! Mij houdt het op een heel andere manier enorm bezig. Ik vertel aan deze en gene hoe erg ik het vind dat hij nu misschien wel tot zijn zeventigste in het gareel moet. Zijn vrije leventje is immers voorbij. Ach, zeggen ze, dat valt wel mee, je zult zien hoe leuk hij het vindt. Ze hebben vast gelijk, maar het treurige gevoel wil niet verdwijnen.

Als de grote dag aanbreekt, kom ik tijdens het ontbijt binnen. Het is immers omadag. Er zit een heel klein wit jongetje aan tafel. Dat is heel wat anders dan de bravoure en het enthousiasme dat hij anders uitstraalt. ‘Joep heeft alles al ingepakt’, zegt mama. Ik haal een pakje uit mijn rugzak en geef het hem. Hij pakt het uit: ‘Een leeuw!’ Ik weet dat hij dol is op wilde dieren. ‘Jij bent zelf ook een leeuw’, zeg ik, ‘en deze gaat jou helpen’. ‘Maar hij is veel kleiner dan ik’, reageert hij. ‘Dat maakt niet uit’, zeg ik, ‘hij is heel sterk en hij helpt jou’. De leeuw gaat meteen in zijn rugzak: hij moet mee. Even later zit Joep bij zijn moeder achter op de fiets. Zijn vader, zijn zusje Fileine van anderhalf en ik zwaaien ze uit.

Het is wel even wennen, mijn eerste omadag zonder die druktemaker. Fileine maakt het eigenlijk niet zoveel uit. Die gaat rustig zoals altijd haar eigen gangetje. De dag kabbelt voort en om een uur of drie zie ik mama met Joep door de poort achter het huis komen. Hij houdt de leeuw in zijn hand geklemd.

‘Hoe was het?’, vraag ik. ‘Wel leuk’, zegt hij tam. ‘Joep was heel verdrietig toen ik wegging’, zegt mama. ‘Hij moest erg huilen’. Als we thee hebben gedronken, zegt ze: ‘Weet je wat we doen? We fietsen met ons vieren nog een keer naar school, dan kan Joep je laten zien waar het is’. Want de week erna moet ik hem zelf ophalen. We fietsen naar school en Joep wordt langzaamaan steeds enthousiaster. Hij laat zien waar zijn klas is en neemt me mee naar zijn meester, zodat ik hem een hand kan geven. Ik moet zien aan welk tafeltje hij zit en hij laat me vol trots zien, dat deze school wel vier ‘speeltuinen’ heeft. Wie zou er nou niet naar zo’n school willen?

Dagen lang is Joep verdrietig als zijn moeder hem op school achterlaat. En ik ook, als ik aan hem denk. Opeens bekruipt me de gedachte, dat ik zo niet door moet gaan. Want gaat dit nog wel over Joep? Is mijn betrokkenheid niet ietwat buiten proporties? Belast ik Joep niet door hier zoveel bij te blijven voelen? Kan ik hem niet beter helpen, door mijn eigen verdrietige gevoel rond deze situatie los te laten?

Ik verkeer in de benijdenswaardige situatie dat ik diverse goede therapeuten in mijn vriendinnenkring heb. Edith, ook oma, staat me graag bij. Er ontvouwt zich een prachtige sessie waarin uiteindelijk zich het  jongetje  aandient dat ik verloor bij een miskraam. Ik voel het verdriet heel intens en neem afscheid van hem. ’s Avonds realiseer ik me dat die miskraam het begin is geweest van een totale omwenteling in mijn leven. Ik ben mijn babyjongetje diep dankbaar dat hij deze rol als aanjager van een enorm groeiproces heeft willen spelen. Ik heb afscheid van hem genomen en op een bepaalde manier is hij ook weer terug, maakt hij nu echt onderdeel van mijn geschiedenis uit. Hij is niet meer alleen een miskraam, hij heeft een belangrijke rol in mijn leven gehad en ik hou van hem.

 

Als ik een dag later bij Joeps moeder informeer hoe het is met het naar school gaan, zegt ze: ‘Het huilen is voorbij. Hij vindt het nu prima als ik wegga’. Ze vertelt me hoe een goed gesprek de oplossing bracht. Dat ging zo:

Mama: ‘Oké, we gaan samen naar binnen, de klas in. Is er dan al iets naar? ‘

Joep:’ Ja, dan moet ik de meester een hand geven. Dat wil ik niet’. Dat herkent oma wel. Joep houdt niet van begroetingen, en al helemaal niet als het formeel moet.

Mama: ‘O, maar dat hoeft ook niet, hoor. Maar je moet de meester wel even laten merken dat je er bent. Je kunt ook naar hem toe stappen en hallo tegen hem zeggen. Wil je dat wel?’

Joep: ‘Ja, dat wil ik wel’.

Mama: ‘En wat gebeurt er dan?’

Joep: ‘Dan leg ik mijn boterhammen in de bak’.

Mama: ‘Is dat naar?’

Joep: ‘Nee. Maar dan ga ik aan mijn tafeltje zitten. En dan ga jij weg. Dan word ik heel verdrietig’.

Mama:  ‘En als we het nou eens zo doen? Ik ga met jou mee, we doen samen je boterhammen in de bak en dan kom ik even met jou aan je tafeltje zitten. Dan ga ik weg, maar ik loop eerst om de school heen langs het raam, en dan zwaai ik naar je’.

Joep: ‘Oké, dan vind ik het misschien niet zo erg’.

En zo doen ze het. Mama brengt Joep naar binnen. Joep loopt naar de meester en zegt: ‘Hallo’. ‘Hallo Joep’, zegt de meester en hij steekt zijn hand uit. Joep negeert de hand en loopt naar zijn tafeltje. Verder gaat het zoals afgesproken. Mama vertrekt, zwaait nog even door het raam. Joep zwaait enthousiast terug en begint dan te spelen. Zo gaat het een paar dagen. Joep zegt hallo, de meester steekt zijn hand uit, Joep negeert de hand en loopt weg. Maar er komt een dag dat Joep zijn hand als vanzelf in de hand van de meester legt…

Zijn moeder vertelt me later hoeveel ze zelf geleerd heeft van deze situatie. Ze ziet hoe ze serieus met Joep in gesprek kan gaan en hem kleine vraagjes kan stellen, zodat alle kleine hobbeltjes die samen een grote hobbel werden, een voor een opgelost kunnen worden.

 

Nu haal ik hem iedere maandag uit school, samen met zijn zusje. Als hij een paar weken later de schooldeur uit komt, met zijn rugzak, zijn gymtas, zijn jack en een paar tekeningen in zijn handen, stormt Fileine op hem af: ‘Papa, papa!’ Want op dit moment heet iedereen papa of mama. Hij overhandigt mij de spullen. Als we naar de auto lopen, zegt hij: ‘Oma, Ik weet alles!’ ‘O ja?’,zeg ik en ik denk, o jee, wat moet ik hier nou mee? Hij vervolgt: ‘Job vindt dat stom. Die zegt dat ik niet alles weet’. Job is een jongetje waar hij het nogal eens mee aan de stok heeft, en die een jaar ouder is.  ‘Goh,’ zeg ik, en ik besluit om er op dit moment niet op in te gaan. Maar ik kan het niet helemaal laten: ‘Oma denkt niet dat ze alles weet’. ‘Nou, ik wel’, zegt Joep heel zeker.

De dagen erna blijft dit gesprekje in mijn gedachten. Hoe kan ik hier nou goed op inspelen? Met zo’n instelling maak je echt geen vrienden en het is ook niet bepaald een stimulerende leerhouding. Oordelen te over, dus. Maar ik zou graag een manier vinden om er echt met hem over in contact te komen. Ik zou wel willen weten waar die opmerking vandaan komt.

Er komt een spannende mogelijkheid voorbij. Staan we niet allemaal vanuit onze bron in contact met het wetende veld, het Al Weten? Zou hij dat bedoelen? Ah, dat zou mooi zijn. Zo’n prachtig nieuwetijdskind dat met van die wijze opmerkingen komt. Ik laat deze gedachte maar voor wat hij is. Ik zie hem voor me, mijn grote schat, zoals ik hem altijd noem, in die jaloersmakende zekerheid van hem, en mijn hart vloeit over van liefde.

Een week later, als hij bij me logeert, vraag ik aan hem: ‘Joep, denk je nog steeds dat je alles weet?’ ‘Ja, hoor!’ zegt hij heel zeker. ‘En wat bedoel je dan precies?’, vraag ik. ‘Nou, ik weet alles wat je niet mag doen. Knijpen, schoppen, spugen en zo. Dat heeft mama gezegd. En Job vindt dat stom.’

Ah, nou snap ik het! Het is immers heel moeilijk om je als vierjarige heel precies uit te drukken. Daar zou hij heel wat meer taal voor nodig hebben dan waar hij nu over beschikt. Hij voelt het precies, maar de woorden zijn er nog niet allemaal. En hij vertrouwt erop dat ik zijn code zal kunnen ontcijferen.

Wat is het dan belangrijk om, zonder iets in te vullen, nieuwsgierig door te vragen totdat je precies snapt wat hij bedoelt. Want als volwassene heb je immers maar al te gauw de neiging, te denken dat jij alles weet en hij niet. En voordat je het weet, heb je elkaar buitengesloten.

Het contact met Joep is zo kostbaar voor mij dat het me helpt, mijn reacties zorgvuldig te wegen voordat ik ze uit. En zo helpt hij me, steeds beter en contactrijker te communiceren.

Dat leert hij zelf kennelijk ook. Want een paar weken later stuurt zijn moeder me een foto toe van zijn eerste afspraakje: met Job. Twee ongelooflijk zoete jongetjes zitten dicht tegen elkaar aan te spelen.

 

Dit artikel verscheen onder dezelfde titel  in het themanummer De wijsheid van het kind,  februari 2012 van Prana

Een zaak van zacht werken

Hard werken. Dat is een norm die in het westen heel belangrijk is. Als je aan mensen vraagt hoe het met ze gaat, is het eerste antwoord vaak: Druk, druk, druk. Zelfs bij mensen die geen betaald werk (meer) hebben. Druk, stress, het hoort erbij. Maar is dat wel zo fijn? En, is dat ook de enige strategie om aan de kost te komen? Ik heb daar zelf altijd aan getwijfeld. Ik heb altijd het idee gehad dat het ook anders moest kunnen en ik ben mijn hele leven blijven zoeken hoe ik kon werken onder voorwaarden waar ik bij kon floreren.

Laat dit nu precies zijn waar Ellen de Lange-Ros een boek over geschreven heeft: Een zaak van zacht werken. Het is bedoeld voor ‘ondernemende en creatieve mensen die eigenlijk geen tijd hebben om dit boek te lezen, omdat ze hard moeten werken’. Het is anders dan andere boeken over dit soort onderwerpen: het is een roman. Dat maakt dat je het heel gemakkelijk leest. Je kunt je gemakkelijk identificeren met een van de hoofdpersonen.

Voor het webinar dat Ellen en ik samen gaven over zacht werken op 15 mei hadden zich ruim 200 belangstellenden aangemeld.

Kijk hier naar de opname van het webinar

Voor de deelnemers aan het webinar van 15 mei j.l. en de lezers van mijn blog heeft Ellen een mooi aanbod: je kunt gratis het eerste hoofdstuk downloaden en lezen.

Download hier het eerste hoofdstuk

De prijs van het boek is €20, dit is inclusief verzendkosten. Verzending naar het buitenland kan ook, en is gratis, maar vanuit het buitenland kun je niet met iDeal betalen,  je betaalt daardoor wel €5 bestelkosten. Daarin is wel verzendprijs inbegrepen; je betaalt dus geen extra verzendprijs. Ik vind het heel fijn als je het boek via mij bestelt, want dan krijg ik ook een percentage van de winst.

Bestel hier het boek

Problemen met betalen? Neem contact op met Info@faxion.nl

Event Een zaak van zacht werken 

Ellen heeft tijdens het webinar ook het EVENT Een zaak van zacht werken aangekondigd. Het event wordt gehouden op donderdag 5 juni bij Seats2Meet naast/boven station Amersfoort.

De prijs voor het event is €797, maar als deelnemer van het webinar  krijg je een snelle beslisserskorting van € 500 als je je vóór 24 mei aanmeldt, plus een bonus van € 100. Je hoeft dus slechts  €197 te betalen als je je vóór 24 mei aanmeldt via onderstaande link. Gebruik daarbij de code ‘glazenwasser’.

Meld je hier aan voor het event

Meer informatie over het event vind je op www.faxion.nl/event-zaak-van-zacht-werken/ . Let wel op: het speciale aanbod geldt alleen via de link hierboven.

 

 

Een verrassing van De Sensitieve Pionier

Vaak krijg ik van lezers van mijn boeken en nieuwsbrieven de vraag wanneer ik weer eens een lezing geef. Dat duurt echter nog even. Maar voor degenen die mij graag willen zien, heb ik wel een verrassing: donderdag 15 mei a.s. geef ik samen met Ellen de Lange-Ros een webinar over ‘zacht werken’.

Ik ontmoette Ellen tijdens een event van Laura Babeliowski over Meer verdienen, minder werken. Ellen inspireerde me door de manier waarop zij over ‘zacht werken’ praatte en ze bleek er ook nog een boek over geschreven te hebben: Een zaak van zacht werken. Zacht werken blijkt niet iets van softe zweverigheid te zijn, maar een effectieve strategie die niet alleen tot een prettig en stressvrij leven, maar ook tot harde resultaten leidt, zoals betere prestaties, grotere creativiteit, meer inkomen.

Ik denk zelf al decennia lang dat werken op een veel prettiger manier kan dan doorgaans wordt aangenomen, ik heb daar ook veel mee geëxperimenteerd, maar Ellen laat ook nog eens zien dat je op die manier een zeer goed belegde boterham kunt verdienen. Voor haar is dat namelijk de normaalste zaak van de wereld met haar bedrijf Faxion, waarmee ze haar klanten helpt, internet media slim in te zetten in hun bedrijf (zie http://www.Faxion.nl).

Tijdens het webinar kun je live meemaken hoe ik met Ellen in gesprek ben. Je kunt er ook je vragen stellen en reacties geven, terwijl je lekker thuis op je eigen plek zit. En het is ook nog eens helemaal gratis!

Het webinar is op donderdag 15 mei om 12.00 uur en je kunt je ervoor aanmelden door op de volgende link te klikken.

http://eepurl.com/Uow1H

 Je ontvangt dan vanzelf alle informatie die je nodig hebt.

Wil je wel graag het webinar meemaken maar kun je op dat tijdstip niet?

Geen nood, het wordt op video opgenomen en wie zich heeft aangemeld, ontvangt na afloop een link naar de opname, zodat je kunt kijken op een tijdstip dat jou goed uitkomt.

Meld je dus in elk geval aan!

Ik hoop je op 15 mei te begroeten!

Hartelijke groet,

Marian van den Beuken

http://www.desensitievepionier.nl

Overeind blijven bij evenwichtsschommelingen

Dit is een tijd waarin gevoelige mensen gemakkelijk uit het lood raken. Er gebeurt erg veel om ons heen. Kranten en TV overdonderen ons met narigheid. Vertrouwde instituties staan op losse schroeven. Zelfs op de banken kunnen we niet echt meer vertrouwen. Dat geeft veel onzekerheid. Op de zon is van alles gaande waardoor de aarde bloot staat aan hevige elektromagnetische invloeden, die een effect op ons bewustzijn hebben. En wie ervaren dat het eerst? Drie keer raden. Veel mensen verkeren in zwaar weer, met alle emoties van dien, die een gevoelig mens gemakkelijk oppikt. En daardoor kun je zelf soms het gevoel hebben dat je in zwaar weer verkeert, terwijl er eigenlijk niet zoveel met je aan de hand is.

Zwaar weer ervaren wil niet zeggen dat je verkeerd bezig bent. Dat lijkt misschien een open deur, maar het kan tegen hooggevoelige mensen niet vaak genoeg gezegd worden. Als je zo gevoelig bent dat je ieder veranderingetje in jezelf aanvoelt, kun je al snel het idee hebben dat je in zwaar weer verkeert. Die kleine veranderingen brengen je systeem telkens een klein beetje uit het lood, en dat voelt heel ongemakkelijk aan. Minder gevoelige mensen begrijpen daar niets van, en als je niet uitkijkt, kun je daar ook weer last van hebben.

Wat nu meer dan ooit van je gevraagd wordt, is bij de les blijven, je niet mee laten slepen door het ongemak, maar contact maken met het deel van jou dat vertrouwen heeft en moedig is. Het is namelijk topsport om met zo’n gevoelig systeem in de wereld te staan, de risico’s te nemen die daarbij horen, en er niet voor te kiezen om alsmaar in de comfort zone te blijven. Daarvoor dien je al je vertrouwen en al je moed te mobiliseren.

Door mijn dagelijkse discipline van schrijvend mediteren, waarbij ik dan ook vaak een kaartje[1] mag trekken, maak ik een veilige bedding voor mezelf. Ik maak zo weer contact met mijn bestemming op aarde, waardoor ik vanuit een heel ander perspectief naar de schommelingen in mijn evenwicht kan kijken en beter kan zien wat er nu eigenlijk precies gaande is.

Het is hard werken om in balans te blijven. En zeker als je een bepaald doel voor ogen hebt, kun je op de weg daarheen pittige belemmeringen tegenkomen. Soms lijk je terug te vallen in een oude versie van jezelf. Dan is het net alsof je ondanks je nijvere arbeid geen zier opgeschoten bent.

Het is goed om je te realiseren dat dit niet klopt. Die ogenschijnlijke terugval hoort bij het proces. De mentale schoonmaak die bij veranderingen hoort, brengt nou eenmaal met zich mee dat hardnekkige patronen nog een keer ervaren moeten worden zodat je ze vervolgens los kunt laten. Dat kan wel hevig zijn, maar het gaat ook weer snel voorbij, als je er tenminste niet allerlei onheilsscenario’s aan vast knoopt, en je gedachten vastbesloten blijft richten op de goede afloop.

Wat ons eigenlijk voortdurend te doen staat, is de verbinding met ons authentieke Zelf en onze stabiliteit te herstellen. Een beetje humor helpt daar enorm bij, want we zijn het meest effectief als we het leven niet al te ernstig nemen.

Op de website van Marieke de Vrij vind je een aantal mooie en effectieve oefeningen die je kunnen helpen om je evenwicht te behouden of te herstellen: http://www.devrijemare.nl/kom-in-verstilling/oefen-zelf .


[1] Ik trek graag een (grappig) engelkaartje, zie https://innerlinks.com/login1.php?id=1, en een Moeder Aarde kaart van Jamie Sams, zie http://www.dewegvanhethart.com/kaartleggen/kaart40.html.

Is het geen tijd om de comfortzone te verlaten?

Mijn accountant zei me eens: ‘Je moet je niet concentreren op de tekorten, maar op de mogelijkheden’. Dat vond ik wijze woorden, die niet alleen in de financiële wereld gelden. Laat ik ze vandaag eens toepassen op de wereld van de HSP’s.

Een lezeres van mijn nieuwsbrief  stuurde me een artikel van Manon Kluten, Sensitief op de werkvloer[1].  Dit stuk, op zich een prima uiteenzetting over problemen die hooggevoelige mensen in het werk zoal tegen komen, bevredigde me niet echt. Het zette me aan het denken.

Naar mijn smaak wordt er wel veel geschreven over de moeilijke kanten van hooggevoeligheid, maar ik kom zelden een artikel tegen waarin een perspectief van mogelijkheden geschetst wordt. Ik heb de laatste tijd steeds meer het idee dat we onszelf als sensitieve pioniers in 2014 wel eens uitdagender vragen mogen gaan stellen, ons met andere woorden wat minder concentreren op de ongemakkelijke kanten en wat meer op datgene waar we naar verlangen. Dit artikel bevestigde me daar weer eens in.

Toen ik zo’n 12 jaar geleden begon te schrijven over hooggevoeligheid, was er nog nauwelijks informatie over te vinden buiten de boeken van Elaine Aron. Sindsdien is er veel veranderd, maar nog lang niet genoeg. Er zijn veel antwoorden gekomen op de vragen die we toen als hooggevoelige mensen hadden doordat we met elkaar in gesprek zijn gegaan, langs vele wegen. Nu is er een enorm potentieel aan begeleidingsmogelijkheden om met de moeilijke kanten van hooggevoeligheid om te leren gaan. Daar ben ik heel blij mee, dat zie ik als een oogst voor het harde werken van velen in de afgelopen jaren. Ik zie dat echter niet als een eindresultaat, maar als een eerste stap. We kunnen onszelf en anderen dus helpen om krachtiger en meer evenwichtig in het leven te gaan staan en onze sensitieve gaven te gebruiken.

Een gevaar is dat we het hier bij laten. Je kunt je wel je hele leven richten op de problematische kanten van hooggevoeligheid, maar de meeste mensen willen toch wel graag iets meer. Ze willen hun talenten ontwikkelen en inzetten. Ze willen in vrede met zichzelf kunnen leven en ze willen ook iets bereiken. Op dat laatste ligt naar mijn smaak wat weinig nadruk in de literatuur over hooggevoeligheid. Het lijkt zelfs een beetje een vies woord. Alsof iets willen bereiken gelijk staat met jezelf overmatig pushen waardoor je dan vervolgens overprikkeld of zelfs burnout raakt.

Ik denk is dat het belangrijk is, om altijd te kijken of je net een stapje verder kunt reiken dan je nu doet. Al is het maar dat je de mogelijkheid overweegt. Daarmee boor je namelijk een nieuwe bron van energie aan. Je gedachten gaan op die manier voor je aan het werk. Er komt scheppingskracht vrij. Te ver reiken, dat kennen we allemaal wel, en ook naar de verkeerde doelen. Dan ging het om aanpassing, we wilden net zo zijn als anderen en we richtten ons op doelen van anderen, niet die van onszelf en dat putte ons enorm uit. Maar nu gaat het om de vraag: wat wil ik zelf bereiken? Wat wil ik de wereld in brengen? En waar ben ik nu? Wat kan op dit moment een stap zijn waarvan ik voel dat hij gezet moet worden? Dat gaat soms om kleine dingen, soms om grote. Een simpel voorbeeld:

Ik speelde al een tijd met de wens om een schrijfplek te hebben buitenshuis. Die gedachte liet ik dan weer vallen omdat ik er het geld niet voor heb. Toch liet het me niet los. Op een dag zei iets in mij: je moet het er gewoon met mensen over hebben, zodat ze weten dat jij dat verlangen hebt. Je weet maar nooit. Dat was een stap die eenvoudig te zetten was. En het leverde meteen iets op: een bevriend echtpaar bood me spontaan een kamer in hun huis aan. Daar zit ik nu fantastisch ongestoord en gevrijwaard van alle mogelijke verleidingen, te schijven met een concentratie die ik thuis, alleen ’s nachts kan bereiken. Dat maakt het mogelijk om een nieuw boek te schrijven.

Het delen van die gedachte was maar een kleine stap en het effect was verrassend.

Ik denk dat we het niet moeten laten bij zelfonderzoek en mentale schoonmaak. Daar is niets mis mee, maar als we onze ogen niet ook gericht houden op een volgende stap, dan kunnen we in navelstaarderij verzeild raken. Met alles wat we geleerd hebben, kunnen we onze sensitieve kwaliteiten juist inzetten om datgene te creëren waar we naar verlangen, voor onszelf, en ook voor een wereld, waarin meer mensen kunnen gedijen. Dat geeft ons vreugde en nieuwe energie.

Wat mij veel kracht en energie geeft, is het beeld dat sensitieve pioniers samen de wereld aan het veranderen zijn. Dat is een belangrijke drijfveer om te doen wat ik doe, om belemmeringen te overwinnen en om vol te houden.

Als je zo’n drijfveer hebt, ga je de moed ontwikkelen om je zichtbaar te maken op de terreinen waar dat werk gedaan wordt. Dan ga je niet meer aan anderen, werkgevers bijvoorbeeld, vragen om rekening met je te houden. Dan kom je uit de slachtofferpositie. Het is namelijk niet voldoende als men rekening met ons houdt. We vragen niet om een sociale werkplaats. We willen onze kennis, onze inzichten, onze wijsheid, onze creativiteit delen

Het is 2014! Er is een nieuwe energie die ons hierbij helpt.

Laat ik een poging doen om een toekomstscenario te schetsen voor sensitieve pioniers op de werkvloer.

Ik stel me voor dat er een moment aanbreekt waarop we onszelf in onze volle waarde kennen. Dan zijn we ook in staat, te laten zien dat onze inbreng voor werkgevers èn klanten van onschatbare waarde kan zijn. Misschien niet voor allemaal, maar zeker voor degenen die zich ook inzetten voor een betere wereld. Als ze zien wat wij in kunnen brengen, zijn ze ook gemotiveerd om voor goede voorwaarden te zorgen. Recht van spreken kunnen ze ons niet geven, dat kunnen we alleen zelf. Dat recht verwerven we ons als we onze kwaliteiten vrijuit onder woorden kunnen brengen. We kunnen leren, onze waarde te tonen op een manier die bij ons past. Dat is nog niet zo gemakkelijk, dat weet ik uit eigen ervaring. Maar als we onze kwaliteiten niet met verve aan potentiële werkgevers en klanten kunnen presenteren, kunnen we moeilijk verwachten dat de rode loper voor ons uitgelegd wordt. Waarom zouden we ons niet voorstellen dat we het kunnen leren?

Vooralsnog lijkt het me belangrijk als we samen antwoorden vinden op de volgende vragen. Die vinden we misschien niet meteen, maar als we een tijd met deze vragen durven te leven, zal er vanzelf respons komen.

  1. Welke eigenschappen, kwaliteiten, vaardigheden van mij zijn van onschatbare waarde?
  2. Als ik me voorstel dat ik in mijn volle waarde sta, hoe breng ik die kwaliteiten dan onder woorden?
  3. Waar zouden deze kwaliteiten van belang kunnen zijn?
  4. Wat heb ik nodig om uit de comfort zone te durven komen en zichtbaar te worden? Ik denk dat het naar buiten toe niet nodig is om over hooggevoeligheid te spreken, er zijn andere, minder beladen manieren om onze kwaliteiten over het voetlicht te brengen.
  5. Dus: Hoe kan ik me krachtig en overtuigend presenteren op een manier die bij me past?
  6. Wie zijn voor mij belangrijke voorbeelden hierin?
  7. Hoe kunnen we elkaar helpen om moedig te zijn?
  8.  Waarom kan het voor werkgevers belangrijk zijn om hooggevoelige mensen in dienst te hebben? En wat meer specifiek:
  9. Waarom is het van groot belang dat er sensitieve pioniers werken op de volgende terreinen:
  • Het management
  • Het onderwijs
  • De jeugdzorg
  • De gezondheidszorg
  • Consultatiebureaus
  • De sociale dienst
  • Justitiële inrichtingen
  • De overheid
  • Het bedrijfsleven
  • De financiële wereld
  • Ik vergeet er hier vast een aantal; aanvullingen zijn welkom.

Diep van binnen weten we de antwoorden op deze vragen. En sommigen hebben die antwoorden in hun eigen situatie al deels gevonden. Het wordt nu echter tijd om samen die kennis op te gaan diepen, te bundelen, te delen  en vervolgens naar buiten te brengen. Dat vraagt dat we zichtbaar worden en dat we weigeren om nog onder ons niveau te blijven werken, zoals zovelen van ons dat uit veiligheidsoverwegingen lang gedaan hebben of nog doen.

Waarom?

De wereld heeft ons nodig!

Het is hard nodig dat er meer liefde, respect en zorgvuldigheid in het openbare leven komt. Het is van levensbelang dat bij elke beslissing in het bedrijfsleven de bescherming en het voortbestaan van onze planeet in het vizier wordt gehouden. De waardigheid van mensen en dieren en vooral ook van kwetsbaren onder hen dient centraal te staan. Ook op de werkvloer moeten we mens kunnen zijn, dat we in het werk contact met ons gevoel blijven houden. Er zijn vriendelijke en respectvolle manieren om in het openbare leven met elkaar om te gaan. De mythe dat het altijd alleen maar om de portemonnee gaat, dient op wereldschaal doorgeprikt te worden. Het onderwijs zal aangepast moeten worden aan de kinderen van nu. De scheiding tussen spiritualiteit en het openbare leven mag wel eens opgeheven worden. Dit is een groot taboe in ons land en alleen al het idee roept veel agressie op. En toch, er zijn zoveel ‘spirituele’ toepassingen die vergaderingen, besluitvormingsprocessen, veranderingsprocessen veel lichter en gemakkelijker maken. Er moet meer gelijkheid komen voor vrouwen in werksituaties en er zijn meer leiders met vrouwelijke capaciteiten nodig  in zaken en politiek, die een einde gaan maken aan oorlog, geweld, misbruik van vrouwen, kinderen en dieren over de hele wereld. Er dient een nieuw politiek pad ontwikkeld te worden dat dwars door de huidige scheidslijnen van links en rechts heen loopt. Er zijn mensen nodig die een positieve visie hebben op onze toekomst en een cynische en pessimistische kijk van bepaalde media ontzenuwen.

Sensitieve pioniers  zijn een nieuwe, respectvollere  levenswijze aan het ontwikkelen. Ze zijn ook een nieuwe manier van werken aan het ontwikkelen, een manier die bij hen past en die ook voor anderen veel kan betekenen. Ze kunnen wat ze ontwikkeld hebben, overdragen naar het bedrijfsleven, zodat er een einde komt aan milieuproblemen en uitbuiting.

Er zijn mensen nodig die beseffen dat het allemaal draait om liefde, menselijkheid, respect en werkelijke authenticiteit en niet om overconsumeren, materieel succes, weelde en luxegoederen.

En wie zijn degenen die dit zien en die dat inzicht door kunnen geven? Wie zijn degenen die de nieuwe creatieve paden openen?

Stel je eens voor dat we allemaal onze comfort zone verlaten en met onze kwaliteiten in het volle licht gaan staan. Wat zou er dan gebeuren?

Laten we het aandurven, met uitdagende en avontuurlijke vragen te leven. Het zal ons in alle opzichten verrijken.

Heb jij antwoorden op deze vragen? Ik zou het fijn vinden als je mij er iets over wilt laten weten. Schrijf hier je reactie of stuur je antwoord naar info@desensitievepionier.com.


Sensitieve zzp’ers: een onderzoek

In 2010 vroeg ik abonnees van mijn nieuwsbrief De Sensitieve Pionier, veelal hoogsensitief, een aantal vragen te beantwoorden over hun ervaringen als zelfstandig ondernemer. Opmerkelijk veel mensen, voornamelijk vrouwen, reageerden enthousiast. In dit artikel vertel ik over een aantal van mijn bevindingen, die nog steeds actueel blijken. Met veel dank aan de 25 mensen die zo uitvoerig  gehoor hebben gegeven aan haar uitnodiging. Ik wil hier graag iets zichtbaar maken van de bijdrage die sensitieve pioniers aan de samenleving leveren en de hobbels die ze daarbij te nemen hebben.

De mensen die gereageerd hebben, drijven een onderneming als coach, trainer, therapeut, adviseur, loopbaanbegeleider,  bewustzijnstrainer, voedingsdeskundige, schrijver, kunstenaar, uitbaatster van een spiritueel centrum, docent Nederlandse taal. De meesten zijn niet geschoold in het ondernemerschap, ze zijn ooit zomaar een praktijk begonnen. Een nadeel daarvan is dat ze in de bedrijfsvoering nogal eens bezig zijn het wiel uit te vinden.

Een flink aantal van de deelnemers aan dit onderzoek heeft een werkterrein dat een aantal jaren geleden nog niet bestond of weet een niet voor de hand liggende combinatie te maken van verschillende interessegebieden. Ze bewegen zich allemaal binnen het alternatieve circuit, deels daarnaast in de reguliere sector. Ze spreken een taal die anders is dan de reguliere. Het is een taal die zowel het fysieke en mentale als het emotionele en spirituele niveau weerspiegelt. Een taal die niet af is, die al proevend probeert, subtiele processen onder woorden te brengen, kortom, een taal waarin de rechter hersenhelft doorklinkt. Wat hen drijft is een streven naar heelheid in zichzelf, in hun klanten en in de wereld.

De vragen die gesteld werden, waren:

– Wat is het doel van jouw onderneming?

– Ben je tevreden met het inkomen dat je hiermee verwerft?

– Wat is het speciale van jouw praktijk of onderneming?

– Wat zijn voor jou valkuilen en leerpunten?

– Welke ‘sensitieve’ kwaliteiten zet jij in?

– Op welke punten zou je ondersteuning willen?

– Wat voor tips heb je voor andere sensitieve pioniers?

Wat is het doel van jouw onderneming?

Uit de antwoorden wordt meteen duidelijk dat deze ondernemers niet gericht zijn op korte termijn doelen en materiële winst. Ze voelen een duidelijke roeping om bewustwording en heling te bevorderen. In hun antwoorden weerklinkt de rechter hersenhelft:

Mensen bewust maken van de kracht van hun ziel’. ‘De gelaagdheid van grofstoffelijk naar subtiel leren ervaren en verfijning leren ontwikkelen’. ‘Mensen helpen thuiskomen bij zichzelf’. ‘Mensen meer in contact brengen met de wijsheid die al in henzelf aanwezig is’.

 Immaterieel inkomen

Het is niet toevallig dat ik hier het immateriële inkomen vóór het financiële inkomen plaats.  Diverse mensen hebben een (goed) betaalde baan opgegeven omdat ze uit dit werk meer voldoening hoopten te halen.  Allen zeggen dat dit ook inderdaad gebeurt. Die voldoening ligt voor een deel in het resultaat: hun klanten krijgen inzicht, leren vanuit authentieke kracht in hun professionele leven te staan, vinden nieuwe inspiratie, er komen veranderingsprocessen op gang, mensen krijgen meer vreugde en vervulling in hun leven. En natuurlijk: ‘De kick van een geslaagde workshop. Het yes-gevoel bij het binnenhalen van een opdracht.’

Een ander deel van de voldoening is de wisselwerking tussen hen en de klant: het kunnen delen van eigen kennis en ervaring, de verdieping daarvan door het contact met de klanten.  Ook de zelfstandigheid en de vrijheid om het werk helemaal op de eigen manier te ontwikkelen, geeft voldoening.

 ‘De dankbaarheid van cursisten en lezers is het mooiste geschenk dat je kunt krijgen. De gedachte dat mijn boeken en werkzaamheden werkelijk zin hebben en betekenis geven. Dat ik mijn energie kan aanwenden om een ander hart te bereiken, iemand kan raken, een zetje of inzicht kan geven, is mij meer waard dan wat voor salaris ook’.

 Financieel inkomen

Is de voldoening op het immateriële vlak voor iedereen groot, op financieel gebied geldt dat (nog) lang niet voor iedereen. Vijf van de vijfentwintig mensen zeggen met hun werk het inkomen te verwerven dat ze wensen. Een van hen heeft een eigen bureau als ICT-er om geld te verdienen, zodat hij in zijn vrije tijd zijn passie kan volgen. Voor de andere twintig is de financiële situatie en toekomst onzeker.

Specialiteit

De meeste sensitieve pioniers uit dit onderzoek noemen als belangrijke specialiteit dat ze een verbinding willen maken tussen het spirituele en het aardse niveau. Ze proberen de spirituele principes op alle terreinen van de dagelijkse praktijk toe te passen. Een belangrijk principe is: ‘walk your talk!’ Geen gepreek, jezelf niet boven de ander stellen, zelf leven wat je beweert. Ook hier zie je dat de rechter hersenhelft actief is; deze ondernemers erkennen eigenlijk geen grenzen tussen vakgebieden en methodieken. Ze banen intuïtief hun eigen pad en maken in hun werk een eclectisch gebruik van datgene wat ze ervaren en geleerd hebben. In de antwoorden zie je weer de taal van de rechter hersenhelft. Sleutelwoorden die steeds terugkomen, zijn: lichtheid, liefde, speelsheid, creativiteit, snel tot de essentie komen, diepgang, helderheid, verbinding.

 Valkuilen en leerpunten

De problemen die sensitieve ondernemers in hun werk tegenkomen, ontmoeten ze ook in hun privéleven. Bovendien is het onderscheid tussen werk en privé bij hen niet zo groot. Iemand zegt: ‘Ik kijk er niet naar als “valkuilen”, maar als een ontwikkelingsweg waarop je jezelf steeds bijschaaft’. De leerpunten die genoemd worden, zijn: anders durven zijn, zakelijk zijn met behoud van authenticiteit, jezelf begrenzen, in balans blijven en leren focussen en structureren.

De meeste antwoorden zijn uitvoerig en open. Daardoor lijkt het misschien alsof het aantal problemen gigantisch is. Je kunt echter ook zeggen dat deze sensitieve pioniers zich heel bewust zijn van zichzelf, van hun idealen, van de energetische velden van andere mensen waar ze mee te maken hebben. Daardoor kunnen ze veel informatie geven.

Durven afwijken: coming out

Veel van de valkuilen hebben te maken met het pionierschap. Sensitieve ondernemers horen niet tot de mainstream en willen ook niet terug vallen op de daar heersende normen en gewoonten. Ze gaan voor 100% authentiek. Daardoor wijken ze af van het gangbare model. Tegelijkertijd voelen ze zich daar onzeker in en zijn ze kwetsbaar voor kritiek. Ze worstelen allemaal met een ‘coming out’, ze moeten telkens opnieuw moed verzamelen om zichzelf helemaal in hun eigen kracht, op hun eigen manier, in hun eigen taal te presenteren. Ze blijven beducht voor het mogelijk harde oordeel van de maatschappij: zweverig en soft, kortom, onprofessioneel. Hoeveel ervaring en succes ze ook hebben, het gevoel, ‘niet goed genoeg’ te zijn, ligt altijd op de loer.

 ‘Ik heb altijd moeite met acquisitie, om me vanuit mijn sensitiviteit en subtiliteit te presenteren in een zakelijke wereld, om mezelf in de kijker te zetten

Het afwijken van de gangbare opvatting van zakelijkheid in het bedrijfsleven schept nogal eens hobbels en misverstanden. Iemand zegt bijvoorbeeld: ‘Ik vraag doorgaans te weinig geld. Ik ben zakelijk niet hard genoeg.’ Of:  ‘Samenwerking met reguliere instanties was vaak lastig, omdat ik echt niet verstaan werd of me niet verstaan voelde’.  Sommigen geven aan, te weinig te weten van regelingen die ze nodig hebben om te zorgen voor hun inkomsten.

Snel energetisch uit balans

Bijna alle respondenten noemen het snel uit balans zijn een van de grote valkuilen. De veelheid aan activiteiten die bij het ondernemerschap horen veroorzaken nogal eens stress. Het enthousiasme voor de uitvoering is groot, maar…

 ‘Een probleem is het eeuwige conflict tussen ongebreideld enthousiasme en beperkte energie. Daarin een balans vinden blijft een spannend proces!

 Die balans is iets heel persoonlijks en kan van het ene op het andere moment verschillen. Als je je goed voelt, word je overmoedig, maar daar betaal je een prijs voor. Want: ‘Het ene moment heb je een gebrek aan daadkracht, het andere moment werk je weer veel te hard. Je kunt dus niet op een constant niveau presteren’.

Een andere valkuil die genoemd wordt, heeft te maken met het alleen werken: ‘Als je eenmaal overprikkeld bent geraakt, is het in je eentje heel moeilijk om positief te blijven, met name over jezelf’. En tenslotte een van de grootste opjagers: ‘Ik moet echt mijn perfectionisme leren beteugelen: ik kan in de voorbereiding naar een teambuilding, uren en dagen doorgaan’.

Moeite met structureren en focussen

Uit de antwoorden blijkt dat veel mensen moeite hebben met structureren en focussen. Je zou kunnen zeggen dat ze hier te weinig gebruik maken van de linker hersenhelft. Ze besteden soms veel tijd aan dingen die weinig opbrengen en achteraf soms overbodig blijken, ze beantwoorden e-mails stuk voor stuk zorgvuldig, zonder er prioriteiten in aan te brengen. Ze laten zich leiden door hun enthousiasme én hun neiging tot perfectionisme; een fatale combinatie. Ze hebben moeite met grenzen stellen, zichzelf te beperken.

Het samenstellen van één les kostte me aan het begin soms acht tot tien uur. Dit is niet alleen omdat ik hiermee geen ervaring heb, maar ook omdat ik niet goed prioriteiten kan stellen, te veel om details geef. Toch gaat het steeds vlotter, want ik probeer minder scrupuleus te zijn’.

Welke sensitieve kwaliteiten zet jij in?

Een aantal sensitieve kwaliteiten komt bij het beantwoorden van deze vraag duidelijk naar voren. Ze liggen allemaal in de sfeer van de rechter hersenhelft: empathie, sterke intuïtie, gemakkelijk verbanden kunnen leggen, contact kunnen maken op harts- en zielsniveau. De mate van aanleg is nogal verschillend. Noemt de een zichzelf invoelend, anderen melden helderziende, helderhorende, heldervoelende, en/of helderwetende vermogens te hebben.

De kwaliteit empathie komt op allerlei manieren naar voren, ook in bewoordingen als heldervoelendheid, begrip, compassie, sociaal zijn.

‘Ik weet vaak wat er in mensen omgaat voordat ze het zeggen. Ik breng mijn vermoedens of mijn innerlijk weten in de vorm van checkende vragen naar voren. Mensen zijn dan verbaasd en voelen zich veilig, omdat ze gezien worden’.

De intuïtieve aanleg is bij sensitieve ondernemers sterk. Opvallend is hoe gemakkelijk er over gesproken wordt, zonder enige schroom. Veel ondervraagden hebben aanvankelijk deze kwaliteit vooral als een handicap ervaren. Later hebben ze geleerd, er gebruik van te maken.

 ‘Datgene waar ik vroeger op afgerekend werd, is nu mijn kracht geworden. Ik werk vanuit een soort innerlijk weten, ik werk ermee in het moment en heb vertrouwen’.

De verschijningsvormen van de intuïtie zijn heel verschillend:

 ‘Ik kan mensen heel snel scannen en heb al heel snel door wat er aan de hand is’. ‘Ik voel haarfijn in groepen de sfeer aan, de spanningen, de weerstand, de pijn.’ ‘Ik weet vaak snel wat de essentie is’. ‘Ik benut alle waarnemingsbronnen van mijn lichaam zoals helder kunnen voelen, horen, zien, intuïtie, ervaring en weten’. ‘Ik weet vaak intuïtief of ik ergens energie in moet steken of het beter naast me neer kan leggen’.

Contact kunnen maken op harts- en zielsniveau blijkt helend te zijn voor zowel cliënt als helper.

‘Ik maak gemakkelijk hartsverbindingen met mensen. Het vervult mijn behoefte aan diepgang en zingeving. Het is daardoor ook helend voor mezelf om dit werk te doen’.

Waar is ondersteuning gewenst? 

De antwoorden zijn in vijf categorieën onder te brengen: zakelijk, praktisch, netwerk, sociaal leven en energieniveau.

Zakelijk:

Bij de meeste ondervraagden is zakelijkheid niet de eerste kwaliteit die eruit springt. Er blijkt grote behoefte te zijn aan meer deskundigheid op het zakelijke vlak, maar dan wel van iemand die zowel voeling heeft met de zakelijke (mainstream) cultuur als met de spirituele invalshoek.

Ik zou wel ondersteuning kunnen gebruiken van iemand die ziel en zakelijkheid met elkaar kan verbinden en dat duidelijk over het voetlicht kan brengen’.

 Het gaat daarbij om uiteenlopende vragen:

–              Hoe kan ik in aanmerking komen voor vergoedingen van verzekeraars?

–              Hoe maak ik een goed ondernemingsplan en stappenplan?

–              Welke richting kan ik in slaan nu mijn ww-uitkering stopt?

–              Hoe presenteer ik me in het bedrijfsleven en in de wereld van de reïntegratie?

–              Van welke belastingwetten moet ik op de hoogte zijn?

–              Waar kan ik financieel advies krijgen?

Verder is er veel behoefte aan deskundigheid op het gebied van marketing en het maken van een website.

Praktisch: Veel mensen zouden graag ondersteuning hebben op praktisch gebied. Een relatief groot aantal koestert weliswaar deze wensen, maar heeft niet de financiën om iemand in dienst te nemen.

 ‘Ik zou graag ondersteuning hebben op het praktische gedeelte, een soort secretaresse die mij computer- en bedrijfsmatige taken uit handen kan nemen en een buffer vormt tussen mij en de buitenwereld.’

Netwerk, sociaal leven: Er is veel behoefte aan uitwisseling met collega’s.

Energie: Tenslotte wordt behoefte aan ondersteuning genoemd op het vlak van de energiehuishouding: van groot belang is zuiverheid, harmonie in plaats van competitie.

 ‘Geen gesodemieter op een afdeling waarin de een niet meer met de ander praat. Zodra het water niet meer zuiver is, raakt dit visje in ademnood. Nu heb ik dat mooi opgelost want ik kom binnenlopen en ga er na een tijdje ook weer weg. Ik maak geen onderdeel uit van de sfeer daar’.

 Samenvattend zou ik willen zeggen dat er een dilemma is tussen in veel gevallen een gering inkomen (uit onderzoek blijkt dat een groot aantal zzp’ers onder de armoedegrens leeft en ik maak me sterk dat daar veel sensitieve pioniers tussen zitten) en een grote behoefte aan ondersteuning en deskundigheidsbevordering, waardoor met een minimum aan extra inspanning een hoger inkomen kan worden verworven.

Tips

Bij het beantwoorden van de onderzoeksvragen hebben veel ondervraagden op basis van eigen ervaringen tips gegeven voor andere sensitieve pioniers. Deze heb ik bijeengevoegd, in elkaar geschoven, uitgebouwd. Je vindt ze in het boek Meer zijn dan je brein.

Dit is een geactualiseerd hoofdstuk uit het boek Meer zijn dan je brein, dat ik in 2011 samen met Monique Timmers schreef.

Marian van den Beuken en Monique Timmers, Meer zijn dan je brein, AnkhHermes 2011

De nieuwsbrief De sensitieve Pionier is te vinden op  www.desensitievepionier.nl


 

Vakwerk is onze reclame

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik heb het idee dat het bewustzijn van de nieuwe tijd al behoorlijk begint te groeien. Ik maak dat bijvoorbeeld op uit het groeiende collectieve verlangen naar authenticiteit. Maniertjes, marketingtrucs, kiezersbedrog, er wordt steeds meer doorheen geprikt. Althans, in ons deel van de wereld. Steeds minder mensen trappen er in. Mensen die echt zijn, worden gewaardeerd. Je ziet dat bijvoorbeeld in de politiek. Je komt er niet meer mee weg als je jezelf mooier verkoopt dan je je van binnen voelt. Je ziet het ook bij dienstverlenende organisaties.

Gisteren had mijn vriendin verschillende mensen van de ziektekostenverzekering aan de telefoon. Het gesprek verliep op een heel aangename toon. Na afloop zei ik: ‘Valt het jou ook niet op dat de mensen die je de laatste tijd aan de telefoon krijgt veel vriendelijker en behulpzamer zijn dan vroeger? En dat ze het toegeven als ze niet meteen een antwoord hebben maar het nog even uit moeten zoeken?’ Ja, het was haar ook opgevallen.

Om authentiek te kunnen zijn, moet je wel met jezelf op goede voet staan. Zo lang er dingen zijn waar je je voor schaamt, al is het maar dat je niet alles weet, is authenticiteit onmogelijk, dan heb je trucs nodig om die te verbergen. Je kunt jezelf niet tegelijkertijd in het volle licht presenteren en dingen in het donker verborgen houden.

Dit is een tijd waarin veel wat verborgen was, aan het licht wordt gebracht. Allerlei duistere geheimen komen in de openbaarheid, denk bijvoorbeeld aan wikileaks, of het kindermisbruik in de katholieke kerk. Dat is heel ongemakkelijk voor degenen die dachten gebaat te zijn bij het bedekken ervan. Maar het collectieve verlangen is heel duidelijk: we willen niet meer voor de gek gehouden worden, speel geen spelletjes met ons, wees eerlijk, wees echt!

Het interessante is dat er helemaal geen volmaaktheid verlangd wordt. Mensen maken nu eenmaal fouten. Het wordt veel meer gewaardeerd als je die ruiterlijk toegeeft en je daarvoor verontschuldigt, dan als je mooi weer probeert te spelen.

Toch kampen we met een ingebakken neiging om onze fouten en vermeende onvolmaaktheden te verbloemen. Ik betrap mezelf daar ook nogal eens op. En als dochter van een middenstander, die nou eenmaal zijn diensten moest promoten, heb ik ook een sterke neiging om de dingen net iets mooier voor te stellen dan ze zijn. Toch had mijn vader, die schoenmaker was, wel een mooie authentieke slogan. Bij ons stond op de winkelruit: Vakwerk is onze reclame! Die heb ik er in gehouden, ik heb zelfs onder die titel een afstudeerscriptie geschreven, daar sta ik nog steeds honderd procent achter. (Misschien is de titel van dit stukje dus zelfplagiaat. Maar dat moet dan maar). Tegelijkertijd kun je ook zeggen, hoezo winkel, er werd meer gewerkt dan verkocht, anderen zouden het misschien een werkplaats noemen. Maar wij noemden het de winkel. Dat klonk toch net iets chiquer. We zorgden ook dat onze winkel zo presentabel mogelijk was. En daar is ook niets mis mee. Mijn vader adverteerde als ‘onder rijkstoezicht gediplomeerd schoenhersteller en voetverzorger’. Nou, ik heb hem mijn hele leven niet één voet zien verzorgen. Maar het klonk wel mooi.

Ik heb me vroeger wel een beetje geschaamd voor mijn eenvoudige afkomst. Ik had het idee dat je daar op het gymnasium niet mee aan kon komen, dat ze op je neer zouden kijken als ze wisten hoe het er bij ons thuis aan toe ging. Misschien was dat zo, misschien ook wel niet. Thuis moest ik weer niet al te veel over school vertellen, want dat werd niet gewaardeerd omdat het ‘te geleerd’ was.  Zo leer je schipperen en behendig heen en weer bewegen tussen alles wat verborgen moet blijven. Dat lukte eigenlijk wonderwel, misschien wel omdat er in beide situaties eigenlijk weinig sprake was van een persoonlijk contact. Er was gewoon niemand die doorvroeg naar wie ik nou eigenlijk was. Zo ging dat nou eenmaal in die tijd. Toen ik ging studeren en op kennismakingsgesprek kwam bij een hoogleraar (dat is wel een mooi ding dat we zijn kwijtgeraakt), vroeg hij wat mijn vader deed. Ik zei: ‘Hij is schoenhersteller’. En hij: ‘O, schoenmaker’. Ik kon wel door de grond zakken! Werd ik daar even lekgeprikt!

Mezelf presenteren, het werd wankelen op glad ijs. Overal wakken, en ik maar net doen alsof ik me volkomen zeker van mezelf voelde. Ik ging me steeds meer terugtrekken, dat voelde veiliger.

Ik houd er over op, want ik word gewoon moe als ik er aan denk. Er brak uiteindelijk een hele andere tijd aan. Een tijd waarin ik gewoon wilde zijn wie ik was en waarin ik me gewoon wilde laten zien zoals ik ben, niet meer en niet minder. Ik begon dat pas een beetje onder de knie te krijgen toen ik van mezelf begon te houden, respect begon te krijgen voor mijzelf, voor het gezin waarin ik ben opgegroeid, respect voor het grillige pad dat ik in mijn leven heb durven kiezen. Ik begon te zien dat ik van alle ogenschijnlijke fouten, missers, dwaalwegen, onvolmaaktheden zeker zo veel leerde als van mijn successen. Er bleef steeds minder over om me voor te schamen. Sterker nog, ik krijg juist van mijn lezers veel waardering omdat ik niet alleen mijn successen en mijn wijsheid deel, maar ook mijn valpartijen en mijn onwijsheden. Ze houden kennelijk van iemand die menselijk is, net als zij.

Toch blijft het nodig om alert te zijn. Zeker nu ik zelf ook een soort middenstander geworden ben en mijn producten onder de aandacht wil brengen. Het blijft verleidelijk om ze net iets mooier in te kleuren dan ze zijn. Zeker als je ervan houdt om met taal te spelen. Voordat je het weet, gaat de taal met je op de loop. Elke keer als ik mezelf daarop betrap, weet ik dat er nog iets is waar ik me voor schaam. Dan is er weer werk aan de winkel.

Kom bij mij niet aan met een cursus Leer jezelf in één dag authentiek presenteren. Ik weet wel beter.

Hoe in een rugzakje een schat blijkt te zitten.

Mensen vragen me vaak: Ben je met een nieuw boek bezig? En waar gaat het dan over? Zulke vragen brengen me dan even in verlegenheid, want tot in de allerlaatste fase weet ik dat eigenlijk niet. Ik schrijf ook niet veel over dingen die ik weet, want dat vind ik behoorlijk saai. Veel leuker is het, om al schrijvend te ontdekken wat ik nog niet dacht te weten. Ik zeg wel eens, ik kan geen boek schrijven, ik kan alleen stukjes schrijven. Dat is wat simpel gezegd en het is natuurlijk niet waar, maar het is wel hoe ik het vaak tijdens het schrijfproces beleef. Mijn stukjes dienen zich altijd aan. Ik maak altijd van alles mee en dan is er opeens iets waarvan ik voel dat er ‘schrijfenergie’ in zit. Dat is qua thematiek heel uiteenlopend. Ik denk dan dat ik met van alles en nog wat bezig ben. Maar vaak toont zich na verloop van tijd toch een rode lijn waarin alles blijkt te passen. Ik hoef eigenlijk maar heel weinig materiaal weg te gooien.

Ik heb mijn hele leven geschreven en heel vaak had dat vooral de functie om mijzelf uit de narigheid te trekken. Ik heb nou eenmaal een behoorlijk rugzakje meegekregen, dat zo nu en dan nog wel eens open wil springen. Er kan snel iets getriggerd worden wat de nodige emoties oproept.

Schrijven heeft mij altijd erg geholpen om onderscheid te maken tussen aanleiding en oorzaak. Door een voorvalletje van niks kan er een pijnknop ingedrukt worden die een wereld van oude emotionele ervaringen oproept. Ik ben altijd weer blij als ik zie dat er in het heden niet zoveel aan de hand is, maar dat alleen de herinnering aan mijn rugzakje werd geactiveerd, zodat ik dat weer als heel zwaar begon te voelen. Ik hoef niet eens meer terug naar het verleden, het signaleren wat er gebeurt zonder naar de inhoud te kijken, is al genoeg om weer in balans met mezelf te komen.

Zo werd ik vanmorgen wakker na een trubbelige nacht waarin het bloed door mijn aderen leek te razen. Ik had twee drukke dagen achter de rug. Een met een feestje waar plotsklaps een pijnknop werd ingedrukt en mijn maandagse omadag, heerlijk maar ook heel intensief. En daar lag ik in mijn bed te shaken alsof mijn tenen in het stopcontact zaten.

Ik kon mezelf beheersen om niet onder die pijnknop van dat feestje te gaan kijken. Die verleiding is altijd groot, maar ik heb door ervaring geleerd dat dit het eerder erger maakt dan beter. Het lukte me eigenlijk wel goed om te accepteren dat het gewoon was zoals het was en dit te zien als een ontwikkeling op mijn pad. Iets om even bij stil te staan. Want, zo heb ik geleerd, een pijnknop wijst altijd op nieuwe informatie die vrij kan komen. Dat vind ik een stuk interessanter dan me door de pijn mee te laten sleuren.

Nog steeds is een uitspraak van Ram Dass voor mij heel belangrijk. Hij zei in gesprek met een vrouw die haar partner op een gewelddadige manier verloren had: ‘Verdriet brengt mij dichter bij God. Het verlies van een dierbare is een pad’[1]. Dat raakte me diep. Als ik het naar mijn eigen leven vertaal, zeg ik: mijn leven met mijn rugzakje is een pad. Het brengt mij dichter bij God, bij de Bron, bij het Grote Mysterie, of hoe je het noemen wilt. Vroeger zou ik dit de omgekeerde wereld genoemd hebben. Ik dacht dat ik eerst alles wat ik op mijn rug droeg opgeruimd moest hebben en dat ik dan God zou vinden. Nu weet ik dat dit helemaal niet nodig is. Ik kan gewoon zijn bij wat er in mij gebeurt, dat erkennen en liefdevol omhullen. Juist dan ga ik iets aanvoelen van dat grote mysterie. En dat was wat ik deed. In het vertrouwen dat alles goed was en dat het tot iets moois zou leiden.

Evengoed bleef ik angstig. Ik kreeg het getob er niet mee weg. Zou het weer een terugval worden? Red ik het wel deze week? Veel interessante dingen doen is leuk, maar kan ik het ook aan? Heb ik niet teveel hooi op mijn vork genomen? Kortom, alle tobberijen van de sensitieve pionier kwamen voorbij. Ik was dus op twee lagen aanwezig.

Het werd geen fijne nacht, maar gelukkig heb ik uiteindelijk toch nog een paar uur slaap gehad, waaruit ik verfrist wakker werd.

En nu zit ik hier prima te schrijven en ging mijn fitness vanmorgen buitengewoon goed. Ik voel me weer in balans, heb energie en zin om aan mijn nieuwe plannen voor 2014 te werken. Ik ben dankbaar dat mijn vertrouwen in het proces steeds groter wordt en mijn behoefte om precies te weten waar alles over gaat, steeds minder.

Het schrijven na zo’n onrustige nacht helpt me om enerverende  voorvallen en ingedrukte pijnknoppen in een groter kader te plaatsen. Als ik het grotere plaatje zie, weet ik dat ik gewoon op mijn avontuurlijke pad ben en dat ik daar iets vind wat het onderzoeken waard is. Niets om me zorgen over te maken. Er zijn genoeg lichtbakens die me tonen dat ik op de weg ben die ik zelf gekozen heb en dat ik mijn doel ga bereiken, zoals zo veel wensen die op mijn verlanglijstje hebben gestaan, na verloop van tijd vervuld zijn.

Wat ik in veel sensitieve pioniers herken, is dat veel van wat ze te bieden hebben, nog in hun rugzakje zit. Dat maakt dat ze moeilijk kunnen zien wat ze in huis hebben. Er moeten eerst nog lagen van schaamte afgepeld worden voordat de verborgen schat zich toont. De een heeft al wat meer afgepeld dan de ander, maar het proces is steeds hetzelfde. Uiteindelijk leer je om neutraal in je rugzakje te kijken en er af en toe iets uit te halen en tegen het licht te houden. Je weet dat je dit pad nou eenmaal met deze bepakking loopt. En af en toe ga je er even mee zitten. Hoe meer je accepteert dat dit jouw manier is om door dit leven te gaan, hoe meer je met er met andere ogen naar gaat kijken. Schaamte heeft dan geen functie meer. Het is niet de kortste weg van A naar B, het is eerder een speurtocht naar de schat, waarbij je van opdracht naar opdracht loopt en zo steeds een stukje verder komt. Bij al die opdrachten wordt er weer een overbodige laag van je schat afgepeld en zo kom je steeds dichter bij de prachtige kern.

De afgelopen tijd heb ik er een nieuwe manier van schrijven bij gekregen. Soms begin ik net als vroeger met een ingedrukte pijnknop die wat aandacht nodig heeft. Maar steeds vaker begin ik met een spannend verlangen en zet ik al schrijvend een route uit om dat te vervullen.

Kinderen zijn dol op schatzoeken. Ik inmiddels ook weer. Het maakt mijn leven een stuk blijer.


[1] Dit is te zien in de prachtige film over zijn leven: Fierce Grace.