Joep gaat naar school en we leren allemaal

Mijn kleinzoon Joep is vier geworden en begint na de zomervakantie aan zijn schoolcarrière.

Hij verheugt zich er op om naar school te gaan, hij kan gewoon niet wachten! Mij houdt het op een heel andere manier enorm bezig. Ik vertel aan deze en gene hoe erg ik het vind dat hij nu misschien wel tot zijn zeventigste in het gareel moet. Zijn vrije leventje is immers voorbij. Ach, zeggen ze, dat valt wel mee, je zult zien hoe leuk hij het vindt. Ze hebben vast gelijk, maar het treurige gevoel wil niet verdwijnen.

Als de grote dag aanbreekt, kom ik tijdens het ontbijt binnen. Het is immers omadag. Er zit een heel klein wit jongetje aan tafel. Dat is heel wat anders dan de bravoure en het enthousiasme dat hij anders uitstraalt. ‘Joep heeft alles al ingepakt’, zegt mama. Ik haal een pakje uit mijn rugzak en geef het hem. Hij pakt het uit: ‘Een leeuw!’ Ik weet dat hij dol is op wilde dieren. ‘Jij bent zelf ook een leeuw’, zeg ik, ‘en deze gaat jou helpen’. ‘Maar hij is veel kleiner dan ik’, reageert hij. ‘Dat maakt niet uit’, zeg ik, ‘hij is heel sterk en hij helpt jou’. De leeuw gaat meteen in zijn rugzak: hij moet mee. Even later zit Joep bij zijn moeder achter op de fiets. Zijn vader, zijn zusje Fileine van anderhalf en ik zwaaien ze uit.

Het is wel even wennen, mijn eerste omadag zonder die druktemaker. Fileine maakt het eigenlijk niet zoveel uit. Die gaat rustig zoals altijd haar eigen gangetje. De dag kabbelt voort en om een uur of drie zie ik mama met Joep door de poort achter het huis komen. Hij houdt de leeuw in zijn hand geklemd.

‘Hoe was het?’, vraag ik. ‘Wel leuk’, zegt hij tam. ‘Joep was heel verdrietig toen ik wegging’, zegt mama. ‘Hij moest erg huilen’. Als we thee hebben gedronken, zegt ze: ‘Weet je wat we doen? We fietsen met ons vieren nog een keer naar school, dan kan Joep je laten zien waar het is’. Want de week erna moet ik hem zelf ophalen. We fietsen naar school en Joep wordt langzaamaan steeds enthousiaster. Hij laat zien waar zijn klas is en neemt me mee naar zijn meester, zodat ik hem een hand kan geven. Ik moet zien aan welk tafeltje hij zit en hij laat me vol trots zien, dat deze school wel vier ‘speeltuinen’ heeft. Wie zou er nou niet naar zo’n school willen?

Dagen lang is Joep verdrietig als zijn moeder hem op school achterlaat. En ik ook, als ik aan hem denk. Opeens bekruipt me de gedachte, dat ik zo niet door moet gaan. Want gaat dit nog wel over Joep? Is mijn betrokkenheid niet ietwat buiten proporties? Belast ik Joep niet door hier zoveel bij te blijven voelen? Kan ik hem niet beter helpen, door mijn eigen verdrietige gevoel rond deze situatie los te laten?

Ik verkeer in de benijdenswaardige situatie dat ik diverse goede therapeuten in mijn vriendinnenkring heb. Edith, ook oma, staat me graag bij. Er ontvouwt zich een prachtige sessie waarin uiteindelijk zich het  jongetje  aandient dat ik verloor bij een miskraam. Ik voel het verdriet heel intens en neem afscheid van hem. ’s Avonds realiseer ik me dat die miskraam het begin is geweest van een totale omwenteling in mijn leven. Ik ben mijn babyjongetje diep dankbaar dat hij deze rol als aanjager van een enorm groeiproces heeft willen spelen. Ik heb afscheid van hem genomen en op een bepaalde manier is hij ook weer terug, maakt hij nu echt onderdeel van mijn geschiedenis uit. Hij is niet meer alleen een miskraam, hij heeft een belangrijke rol in mijn leven gehad en ik hou van hem.

 

Als ik een dag later bij Joeps moeder informeer hoe het is met het naar school gaan, zegt ze: ‘Het huilen is voorbij. Hij vindt het nu prima als ik wegga’. Ze vertelt me hoe een goed gesprek de oplossing bracht. Dat ging zo:

Mama: ‘Oké, we gaan samen naar binnen, de klas in. Is er dan al iets naar? ‘

Joep:’ Ja, dan moet ik de meester een hand geven. Dat wil ik niet’. Dat herkent oma wel. Joep houdt niet van begroetingen, en al helemaal niet als het formeel moet.

Mama: ‘O, maar dat hoeft ook niet, hoor. Maar je moet de meester wel even laten merken dat je er bent. Je kunt ook naar hem toe stappen en hallo tegen hem zeggen. Wil je dat wel?’

Joep: ‘Ja, dat wil ik wel’.

Mama: ‘En wat gebeurt er dan?’

Joep: ‘Dan leg ik mijn boterhammen in de bak’.

Mama: ‘Is dat naar?’

Joep: ‘Nee. Maar dan ga ik aan mijn tafeltje zitten. En dan ga jij weg. Dan word ik heel verdrietig’.

Mama:  ‘En als we het nou eens zo doen? Ik ga met jou mee, we doen samen je boterhammen in de bak en dan kom ik even met jou aan je tafeltje zitten. Dan ga ik weg, maar ik loop eerst om de school heen langs het raam, en dan zwaai ik naar je’.

Joep: ‘Oké, dan vind ik het misschien niet zo erg’.

En zo doen ze het. Mama brengt Joep naar binnen. Joep loopt naar de meester en zegt: ‘Hallo’. ‘Hallo Joep’, zegt de meester en hij steekt zijn hand uit. Joep negeert de hand en loopt naar zijn tafeltje. Verder gaat het zoals afgesproken. Mama vertrekt, zwaait nog even door het raam. Joep zwaait enthousiast terug en begint dan te spelen. Zo gaat het een paar dagen. Joep zegt hallo, de meester steekt zijn hand uit, Joep negeert de hand en loopt weg. Maar er komt een dag dat Joep zijn hand als vanzelf in de hand van de meester legt…

Zijn moeder vertelt me later hoeveel ze zelf geleerd heeft van deze situatie. Ze ziet hoe ze serieus met Joep in gesprek kan gaan en hem kleine vraagjes kan stellen, zodat alle kleine hobbeltjes die samen een grote hobbel werden, een voor een opgelost kunnen worden.

 

Nu haal ik hem iedere maandag uit school, samen met zijn zusje. Als hij een paar weken later de schooldeur uit komt, met zijn rugzak, zijn gymtas, zijn jack en een paar tekeningen in zijn handen, stormt Fileine op hem af: ‘Papa, papa!’ Want op dit moment heet iedereen papa of mama. Hij overhandigt mij de spullen. Als we naar de auto lopen, zegt hij: ‘Oma, Ik weet alles!’ ‘O ja?’,zeg ik en ik denk, o jee, wat moet ik hier nou mee? Hij vervolgt: ‘Job vindt dat stom. Die zegt dat ik niet alles weet’. Job is een jongetje waar hij het nogal eens mee aan de stok heeft, en die een jaar ouder is.  ‘Goh,’ zeg ik, en ik besluit om er op dit moment niet op in te gaan. Maar ik kan het niet helemaal laten: ‘Oma denkt niet dat ze alles weet’. ‘Nou, ik wel’, zegt Joep heel zeker.

De dagen erna blijft dit gesprekje in mijn gedachten. Hoe kan ik hier nou goed op inspelen? Met zo’n instelling maak je echt geen vrienden en het is ook niet bepaald een stimulerende leerhouding. Oordelen te over, dus. Maar ik zou graag een manier vinden om er echt met hem over in contact te komen. Ik zou wel willen weten waar die opmerking vandaan komt.

Er komt een spannende mogelijkheid voorbij. Staan we niet allemaal vanuit onze bron in contact met het wetende veld, het Al Weten? Zou hij dat bedoelen? Ah, dat zou mooi zijn. Zo’n prachtig nieuwetijdskind dat met van die wijze opmerkingen komt. Ik laat deze gedachte maar voor wat hij is. Ik zie hem voor me, mijn grote schat, zoals ik hem altijd noem, in die jaloersmakende zekerheid van hem, en mijn hart vloeit over van liefde.

Een week later, als hij bij me logeert, vraag ik aan hem: ‘Joep, denk je nog steeds dat je alles weet?’ ‘Ja, hoor!’ zegt hij heel zeker. ‘En wat bedoel je dan precies?’, vraag ik. ‘Nou, ik weet alles wat je niet mag doen. Knijpen, schoppen, spugen en zo. Dat heeft mama gezegd. En Job vindt dat stom.’

Ah, nou snap ik het! Het is immers heel moeilijk om je als vierjarige heel precies uit te drukken. Daar zou hij heel wat meer taal voor nodig hebben dan waar hij nu over beschikt. Hij voelt het precies, maar de woorden zijn er nog niet allemaal. En hij vertrouwt erop dat ik zijn code zal kunnen ontcijferen.

Wat is het dan belangrijk om, zonder iets in te vullen, nieuwsgierig door te vragen totdat je precies snapt wat hij bedoelt. Want als volwassene heb je immers maar al te gauw de neiging, te denken dat jij alles weet en hij niet. En voordat je het weet, heb je elkaar buitengesloten.

Het contact met Joep is zo kostbaar voor mij dat het me helpt, mijn reacties zorgvuldig te wegen voordat ik ze uit. En zo helpt hij me, steeds beter en contactrijker te communiceren.

Dat leert hij zelf kennelijk ook. Want een paar weken later stuurt zijn moeder me een foto toe van zijn eerste afspraakje: met Job. Twee ongelooflijk zoete jongetjes zitten dicht tegen elkaar aan te spelen.

 

Dit artikel verscheen onder dezelfde titel  in het themanummer De wijsheid van het kind,  februari 2012 van Prana

Een zaak van zacht werken

Hard werken. Dat is een norm die in het westen heel belangrijk is. Als je aan mensen vraagt hoe het met ze gaat, is het eerste antwoord vaak: Druk, druk, druk. Zelfs bij mensen die geen betaald werk (meer) hebben. Druk, stress, het hoort erbij. Maar is dat wel zo fijn? En, is dat ook de enige strategie om aan de kost te komen? Ik heb daar zelf altijd aan getwijfeld. Ik heb altijd het idee gehad dat het ook anders moest kunnen en ik ben mijn hele leven blijven zoeken hoe ik kon werken onder voorwaarden waar ik bij kon floreren.

Laat dit nu precies zijn waar Ellen de Lange-Ros een boek over geschreven heeft: Een zaak van zacht werken. Het is bedoeld voor ‘ondernemende en creatieve mensen die eigenlijk geen tijd hebben om dit boek te lezen, omdat ze hard moeten werken’. Het is anders dan andere boeken over dit soort onderwerpen: het is een roman. Dat maakt dat je het heel gemakkelijk leest. Je kunt je gemakkelijk identificeren met een van de hoofdpersonen.

Voor het webinar dat Ellen en ik samen gaven over zacht werken op 15 mei hadden zich ruim 200 belangstellenden aangemeld.

Kijk hier naar de opname van het webinar

Voor de deelnemers aan het webinar van 15 mei j.l. en de lezers van mijn blog heeft Ellen een mooi aanbod: je kunt gratis het eerste hoofdstuk downloaden en lezen.

Download hier het eerste hoofdstuk

De prijs van het boek is €20, dit is inclusief verzendkosten. Verzending naar het buitenland kan ook, en is gratis, maar vanuit het buitenland kun je niet met iDeal betalen,  je betaalt daardoor wel €5 bestelkosten. Daarin is wel verzendprijs inbegrepen; je betaalt dus geen extra verzendprijs. Ik vind het heel fijn als je het boek via mij bestelt, want dan krijg ik ook een percentage van de winst.

Bestel hier het boek

Problemen met betalen? Neem contact op met Info@faxion.nl

Event Een zaak van zacht werken 

Ellen heeft tijdens het webinar ook het EVENT Een zaak van zacht werken aangekondigd. Het event wordt gehouden op donderdag 5 juni bij Seats2Meet naast/boven station Amersfoort.

De prijs voor het event is €797, maar als deelnemer van het webinar  krijg je een snelle beslisserskorting van € 500 als je je vóór 24 mei aanmeldt, plus een bonus van € 100. Je hoeft dus slechts  €197 te betalen als je je vóór 24 mei aanmeldt via onderstaande link. Gebruik daarbij de code ‘glazenwasser’.

Meld je hier aan voor het event

Meer informatie over het event vind je op www.faxion.nl/event-zaak-van-zacht-werken/ . Let wel op: het speciale aanbod geldt alleen via de link hierboven.

 

 

Een verrassing van De Sensitieve Pionier

Vaak krijg ik van lezers van mijn boeken en nieuwsbrieven de vraag wanneer ik weer eens een lezing geef. Dat duurt echter nog even. Maar voor degenen die mij graag willen zien, heb ik wel een verrassing: donderdag 15 mei a.s. geef ik samen met Ellen de Lange-Ros een webinar over ‘zacht werken’.

Ik ontmoette Ellen tijdens een event van Laura Babeliowski over Meer verdienen, minder werken. Ellen inspireerde me door de manier waarop zij over ‘zacht werken’ praatte en ze bleek er ook nog een boek over geschreven te hebben: Een zaak van zacht werken. Zacht werken blijkt niet iets van softe zweverigheid te zijn, maar een effectieve strategie die niet alleen tot een prettig en stressvrij leven, maar ook tot harde resultaten leidt, zoals betere prestaties, grotere creativiteit, meer inkomen.

Ik denk zelf al decennia lang dat werken op een veel prettiger manier kan dan doorgaans wordt aangenomen, ik heb daar ook veel mee geëxperimenteerd, maar Ellen laat ook nog eens zien dat je op die manier een zeer goed belegde boterham kunt verdienen. Voor haar is dat namelijk de normaalste zaak van de wereld met haar bedrijf Faxion, waarmee ze haar klanten helpt, internet media slim in te zetten in hun bedrijf (zie http://www.Faxion.nl).

Tijdens het webinar kun je live meemaken hoe ik met Ellen in gesprek ben. Je kunt er ook je vragen stellen en reacties geven, terwijl je lekker thuis op je eigen plek zit. En het is ook nog eens helemaal gratis!

Het webinar is op donderdag 15 mei om 12.00 uur en je kunt je ervoor aanmelden door op de volgende link te klikken.

http://eepurl.com/Uow1H

 Je ontvangt dan vanzelf alle informatie die je nodig hebt.

Wil je wel graag het webinar meemaken maar kun je op dat tijdstip niet?

Geen nood, het wordt op video opgenomen en wie zich heeft aangemeld, ontvangt na afloop een link naar de opname, zodat je kunt kijken op een tijdstip dat jou goed uitkomt.

Meld je dus in elk geval aan!

Ik hoop je op 15 mei te begroeten!

Hartelijke groet,

Marian van den Beuken

http://www.desensitievepionier.nl

Overeind blijven bij evenwichtsschommelingen

Dit is een tijd waarin gevoelige mensen gemakkelijk uit het lood raken. Er gebeurt erg veel om ons heen. Kranten en TV overdonderen ons met narigheid. Vertrouwde instituties staan op losse schroeven. Zelfs op de banken kunnen we niet echt meer vertrouwen. Dat geeft veel onzekerheid. Op de zon is van alles gaande waardoor de aarde bloot staat aan hevige elektromagnetische invloeden, die een effect op ons bewustzijn hebben. En wie ervaren dat het eerst? Drie keer raden. Veel mensen verkeren in zwaar weer, met alle emoties van dien, die een gevoelig mens gemakkelijk oppikt. En daardoor kun je zelf soms het gevoel hebben dat je in zwaar weer verkeert, terwijl er eigenlijk niet zoveel met je aan de hand is.

Zwaar weer ervaren wil niet zeggen dat je verkeerd bezig bent. Dat lijkt misschien een open deur, maar het kan tegen hooggevoelige mensen niet vaak genoeg gezegd worden. Als je zo gevoelig bent dat je ieder veranderingetje in jezelf aanvoelt, kun je al snel het idee hebben dat je in zwaar weer verkeert. Die kleine veranderingen brengen je systeem telkens een klein beetje uit het lood, en dat voelt heel ongemakkelijk aan. Minder gevoelige mensen begrijpen daar niets van, en als je niet uitkijkt, kun je daar ook weer last van hebben.

Wat nu meer dan ooit van je gevraagd wordt, is bij de les blijven, je niet mee laten slepen door het ongemak, maar contact maken met het deel van jou dat vertrouwen heeft en moedig is. Het is namelijk topsport om met zo’n gevoelig systeem in de wereld te staan, de risico’s te nemen die daarbij horen, en er niet voor te kiezen om alsmaar in de comfort zone te blijven. Daarvoor dien je al je vertrouwen en al je moed te mobiliseren.

Door mijn dagelijkse discipline van schrijvend mediteren, waarbij ik dan ook vaak een kaartje[1] mag trekken, maak ik een veilige bedding voor mezelf. Ik maak zo weer contact met mijn bestemming op aarde, waardoor ik vanuit een heel ander perspectief naar de schommelingen in mijn evenwicht kan kijken en beter kan zien wat er nu eigenlijk precies gaande is.

Het is hard werken om in balans te blijven. En zeker als je een bepaald doel voor ogen hebt, kun je op de weg daarheen pittige belemmeringen tegenkomen. Soms lijk je terug te vallen in een oude versie van jezelf. Dan is het net alsof je ondanks je nijvere arbeid geen zier opgeschoten bent.

Het is goed om je te realiseren dat dit niet klopt. Die ogenschijnlijke terugval hoort bij het proces. De mentale schoonmaak die bij veranderingen hoort, brengt nou eenmaal met zich mee dat hardnekkige patronen nog een keer ervaren moeten worden zodat je ze vervolgens los kunt laten. Dat kan wel hevig zijn, maar het gaat ook weer snel voorbij, als je er tenminste niet allerlei onheilsscenario’s aan vast knoopt, en je gedachten vastbesloten blijft richten op de goede afloop.

Wat ons eigenlijk voortdurend te doen staat, is de verbinding met ons authentieke Zelf en onze stabiliteit te herstellen. Een beetje humor helpt daar enorm bij, want we zijn het meest effectief als we het leven niet al te ernstig nemen.

Op de website van Marieke de Vrij vind je een aantal mooie en effectieve oefeningen die je kunnen helpen om je evenwicht te behouden of te herstellen: http://www.devrijemare.nl/kom-in-verstilling/oefen-zelf .


[1] Ik trek graag een (grappig) engelkaartje, zie https://innerlinks.com/login1.php?id=1, en een Moeder Aarde kaart van Jamie Sams, zie http://www.dewegvanhethart.com/kaartleggen/kaart40.html.

Is het geen tijd om de comfortzone te verlaten?

Mijn accountant zei me eens: ‘Je moet je niet concentreren op de tekorten, maar op de mogelijkheden’. Dat vond ik wijze woorden, die niet alleen in de financiële wereld gelden. Laat ik ze vandaag eens toepassen op de wereld van de HSP’s.

Een lezeres van mijn nieuwsbrief  stuurde me een artikel van Manon Kluten, Sensitief op de werkvloer[1].  Dit stuk, op zich een prima uiteenzetting over problemen die hooggevoelige mensen in het werk zoal tegen komen, bevredigde me niet echt. Het zette me aan het denken.

Naar mijn smaak wordt er wel veel geschreven over de moeilijke kanten van hooggevoeligheid, maar ik kom zelden een artikel tegen waarin een perspectief van mogelijkheden geschetst wordt. Ik heb de laatste tijd steeds meer het idee dat we onszelf als sensitieve pioniers in 2014 wel eens uitdagender vragen mogen gaan stellen, ons met andere woorden wat minder concentreren op de ongemakkelijke kanten en wat meer op datgene waar we naar verlangen. Dit artikel bevestigde me daar weer eens in.

Toen ik zo’n 12 jaar geleden begon te schrijven over hooggevoeligheid, was er nog nauwelijks informatie over te vinden buiten de boeken van Elaine Aron. Sindsdien is er veel veranderd, maar nog lang niet genoeg. Er zijn veel antwoorden gekomen op de vragen die we toen als hooggevoelige mensen hadden doordat we met elkaar in gesprek zijn gegaan, langs vele wegen. Nu is er een enorm potentieel aan begeleidingsmogelijkheden om met de moeilijke kanten van hooggevoeligheid om te leren gaan. Daar ben ik heel blij mee, dat zie ik als een oogst voor het harde werken van velen in de afgelopen jaren. Ik zie dat echter niet als een eindresultaat, maar als een eerste stap. We kunnen onszelf en anderen dus helpen om krachtiger en meer evenwichtig in het leven te gaan staan en onze sensitieve gaven te gebruiken.

Een gevaar is dat we het hier bij laten. Je kunt je wel je hele leven richten op de problematische kanten van hooggevoeligheid, maar de meeste mensen willen toch wel graag iets meer. Ze willen hun talenten ontwikkelen en inzetten. Ze willen in vrede met zichzelf kunnen leven en ze willen ook iets bereiken. Op dat laatste ligt naar mijn smaak wat weinig nadruk in de literatuur over hooggevoeligheid. Het lijkt zelfs een beetje een vies woord. Alsof iets willen bereiken gelijk staat met jezelf overmatig pushen waardoor je dan vervolgens overprikkeld of zelfs burnout raakt.

Ik denk is dat het belangrijk is, om altijd te kijken of je net een stapje verder kunt reiken dan je nu doet. Al is het maar dat je de mogelijkheid overweegt. Daarmee boor je namelijk een nieuwe bron van energie aan. Je gedachten gaan op die manier voor je aan het werk. Er komt scheppingskracht vrij. Te ver reiken, dat kennen we allemaal wel, en ook naar de verkeerde doelen. Dan ging het om aanpassing, we wilden net zo zijn als anderen en we richtten ons op doelen van anderen, niet die van onszelf en dat putte ons enorm uit. Maar nu gaat het om de vraag: wat wil ik zelf bereiken? Wat wil ik de wereld in brengen? En waar ben ik nu? Wat kan op dit moment een stap zijn waarvan ik voel dat hij gezet moet worden? Dat gaat soms om kleine dingen, soms om grote. Een simpel voorbeeld:

Ik speelde al een tijd met de wens om een schrijfplek te hebben buitenshuis. Die gedachte liet ik dan weer vallen omdat ik er het geld niet voor heb. Toch liet het me niet los. Op een dag zei iets in mij: je moet het er gewoon met mensen over hebben, zodat ze weten dat jij dat verlangen hebt. Je weet maar nooit. Dat was een stap die eenvoudig te zetten was. En het leverde meteen iets op: een bevriend echtpaar bood me spontaan een kamer in hun huis aan. Daar zit ik nu fantastisch ongestoord en gevrijwaard van alle mogelijke verleidingen, te schijven met een concentratie die ik thuis, alleen ’s nachts kan bereiken. Dat maakt het mogelijk om een nieuw boek te schrijven.

Het delen van die gedachte was maar een kleine stap en het effect was verrassend.

Ik denk dat we het niet moeten laten bij zelfonderzoek en mentale schoonmaak. Daar is niets mis mee, maar als we onze ogen niet ook gericht houden op een volgende stap, dan kunnen we in navelstaarderij verzeild raken. Met alles wat we geleerd hebben, kunnen we onze sensitieve kwaliteiten juist inzetten om datgene te creëren waar we naar verlangen, voor onszelf, en ook voor een wereld, waarin meer mensen kunnen gedijen. Dat geeft ons vreugde en nieuwe energie.

Wat mij veel kracht en energie geeft, is het beeld dat sensitieve pioniers samen de wereld aan het veranderen zijn. Dat is een belangrijke drijfveer om te doen wat ik doe, om belemmeringen te overwinnen en om vol te houden.

Als je zo’n drijfveer hebt, ga je de moed ontwikkelen om je zichtbaar te maken op de terreinen waar dat werk gedaan wordt. Dan ga je niet meer aan anderen, werkgevers bijvoorbeeld, vragen om rekening met je te houden. Dan kom je uit de slachtofferpositie. Het is namelijk niet voldoende als men rekening met ons houdt. We vragen niet om een sociale werkplaats. We willen onze kennis, onze inzichten, onze wijsheid, onze creativiteit delen

Het is 2014! Er is een nieuwe energie die ons hierbij helpt.

Laat ik een poging doen om een toekomstscenario te schetsen voor sensitieve pioniers op de werkvloer.

Ik stel me voor dat er een moment aanbreekt waarop we onszelf in onze volle waarde kennen. Dan zijn we ook in staat, te laten zien dat onze inbreng voor werkgevers èn klanten van onschatbare waarde kan zijn. Misschien niet voor allemaal, maar zeker voor degenen die zich ook inzetten voor een betere wereld. Als ze zien wat wij in kunnen brengen, zijn ze ook gemotiveerd om voor goede voorwaarden te zorgen. Recht van spreken kunnen ze ons niet geven, dat kunnen we alleen zelf. Dat recht verwerven we ons als we onze kwaliteiten vrijuit onder woorden kunnen brengen. We kunnen leren, onze waarde te tonen op een manier die bij ons past. Dat is nog niet zo gemakkelijk, dat weet ik uit eigen ervaring. Maar als we onze kwaliteiten niet met verve aan potentiële werkgevers en klanten kunnen presenteren, kunnen we moeilijk verwachten dat de rode loper voor ons uitgelegd wordt. Waarom zouden we ons niet voorstellen dat we het kunnen leren?

Vooralsnog lijkt het me belangrijk als we samen antwoorden vinden op de volgende vragen. Die vinden we misschien niet meteen, maar als we een tijd met deze vragen durven te leven, zal er vanzelf respons komen.

  1. Welke eigenschappen, kwaliteiten, vaardigheden van mij zijn van onschatbare waarde?
  2. Als ik me voorstel dat ik in mijn volle waarde sta, hoe breng ik die kwaliteiten dan onder woorden?
  3. Waar zouden deze kwaliteiten van belang kunnen zijn?
  4. Wat heb ik nodig om uit de comfort zone te durven komen en zichtbaar te worden? Ik denk dat het naar buiten toe niet nodig is om over hooggevoeligheid te spreken, er zijn andere, minder beladen manieren om onze kwaliteiten over het voetlicht te brengen.
  5. Dus: Hoe kan ik me krachtig en overtuigend presenteren op een manier die bij me past?
  6. Wie zijn voor mij belangrijke voorbeelden hierin?
  7. Hoe kunnen we elkaar helpen om moedig te zijn?
  8.  Waarom kan het voor werkgevers belangrijk zijn om hooggevoelige mensen in dienst te hebben? En wat meer specifiek:
  9. Waarom is het van groot belang dat er sensitieve pioniers werken op de volgende terreinen:
  • Het management
  • Het onderwijs
  • De jeugdzorg
  • De gezondheidszorg
  • Consultatiebureaus
  • De sociale dienst
  • Justitiële inrichtingen
  • De overheid
  • Het bedrijfsleven
  • De financiële wereld
  • Ik vergeet er hier vast een aantal; aanvullingen zijn welkom.

Diep van binnen weten we de antwoorden op deze vragen. En sommigen hebben die antwoorden in hun eigen situatie al deels gevonden. Het wordt nu echter tijd om samen die kennis op te gaan diepen, te bundelen, te delen  en vervolgens naar buiten te brengen. Dat vraagt dat we zichtbaar worden en dat we weigeren om nog onder ons niveau te blijven werken, zoals zovelen van ons dat uit veiligheidsoverwegingen lang gedaan hebben of nog doen.

Waarom?

De wereld heeft ons nodig!

Het is hard nodig dat er meer liefde, respect en zorgvuldigheid in het openbare leven komt. Het is van levensbelang dat bij elke beslissing in het bedrijfsleven de bescherming en het voortbestaan van onze planeet in het vizier wordt gehouden. De waardigheid van mensen en dieren en vooral ook van kwetsbaren onder hen dient centraal te staan. Ook op de werkvloer moeten we mens kunnen zijn, dat we in het werk contact met ons gevoel blijven houden. Er zijn vriendelijke en respectvolle manieren om in het openbare leven met elkaar om te gaan. De mythe dat het altijd alleen maar om de portemonnee gaat, dient op wereldschaal doorgeprikt te worden. Het onderwijs zal aangepast moeten worden aan de kinderen van nu. De scheiding tussen spiritualiteit en het openbare leven mag wel eens opgeheven worden. Dit is een groot taboe in ons land en alleen al het idee roept veel agressie op. En toch, er zijn zoveel ‘spirituele’ toepassingen die vergaderingen, besluitvormingsprocessen, veranderingsprocessen veel lichter en gemakkelijker maken. Er moet meer gelijkheid komen voor vrouwen in werksituaties en er zijn meer leiders met vrouwelijke capaciteiten nodig  in zaken en politiek, die een einde gaan maken aan oorlog, geweld, misbruik van vrouwen, kinderen en dieren over de hele wereld. Er dient een nieuw politiek pad ontwikkeld te worden dat dwars door de huidige scheidslijnen van links en rechts heen loopt. Er zijn mensen nodig die een positieve visie hebben op onze toekomst en een cynische en pessimistische kijk van bepaalde media ontzenuwen.

Sensitieve pioniers  zijn een nieuwe, respectvollere  levenswijze aan het ontwikkelen. Ze zijn ook een nieuwe manier van werken aan het ontwikkelen, een manier die bij hen past en die ook voor anderen veel kan betekenen. Ze kunnen wat ze ontwikkeld hebben, overdragen naar het bedrijfsleven, zodat er een einde komt aan milieuproblemen en uitbuiting.

Er zijn mensen nodig die beseffen dat het allemaal draait om liefde, menselijkheid, respect en werkelijke authenticiteit en niet om overconsumeren, materieel succes, weelde en luxegoederen.

En wie zijn degenen die dit zien en die dat inzicht door kunnen geven? Wie zijn degenen die de nieuwe creatieve paden openen?

Stel je eens voor dat we allemaal onze comfort zone verlaten en met onze kwaliteiten in het volle licht gaan staan. Wat zou er dan gebeuren?

Laten we het aandurven, met uitdagende en avontuurlijke vragen te leven. Het zal ons in alle opzichten verrijken.

Heb jij antwoorden op deze vragen? Ik zou het fijn vinden als je mij er iets over wilt laten weten. Schrijf hier je reactie of stuur je antwoord naar info@desensitievepionier.com.


Sensitieve zzp’ers: een onderzoek

In 2010 vroeg ik abonnees van mijn nieuwsbrief De Sensitieve Pionier, veelal hoogsensitief, een aantal vragen te beantwoorden over hun ervaringen als zelfstandig ondernemer. Opmerkelijk veel mensen, voornamelijk vrouwen, reageerden enthousiast. In dit artikel vertel ik over een aantal van mijn bevindingen, die nog steeds actueel blijken. Met veel dank aan de 25 mensen die zo uitvoerig  gehoor hebben gegeven aan haar uitnodiging. Ik wil hier graag iets zichtbaar maken van de bijdrage die sensitieve pioniers aan de samenleving leveren en de hobbels die ze daarbij te nemen hebben.

De mensen die gereageerd hebben, drijven een onderneming als coach, trainer, therapeut, adviseur, loopbaanbegeleider,  bewustzijnstrainer, voedingsdeskundige, schrijver, kunstenaar, uitbaatster van een spiritueel centrum, docent Nederlandse taal. De meesten zijn niet geschoold in het ondernemerschap, ze zijn ooit zomaar een praktijk begonnen. Een nadeel daarvan is dat ze in de bedrijfsvoering nogal eens bezig zijn het wiel uit te vinden.

Een flink aantal van de deelnemers aan dit onderzoek heeft een werkterrein dat een aantal jaren geleden nog niet bestond of weet een niet voor de hand liggende combinatie te maken van verschillende interessegebieden. Ze bewegen zich allemaal binnen het alternatieve circuit, deels daarnaast in de reguliere sector. Ze spreken een taal die anders is dan de reguliere. Het is een taal die zowel het fysieke en mentale als het emotionele en spirituele niveau weerspiegelt. Een taal die niet af is, die al proevend probeert, subtiele processen onder woorden te brengen, kortom, een taal waarin de rechter hersenhelft doorklinkt. Wat hen drijft is een streven naar heelheid in zichzelf, in hun klanten en in de wereld.

De vragen die gesteld werden, waren:

– Wat is het doel van jouw onderneming?

– Ben je tevreden met het inkomen dat je hiermee verwerft?

– Wat is het speciale van jouw praktijk of onderneming?

– Wat zijn voor jou valkuilen en leerpunten?

– Welke ‘sensitieve’ kwaliteiten zet jij in?

– Op welke punten zou je ondersteuning willen?

– Wat voor tips heb je voor andere sensitieve pioniers?

Wat is het doel van jouw onderneming?

Uit de antwoorden wordt meteen duidelijk dat deze ondernemers niet gericht zijn op korte termijn doelen en materiële winst. Ze voelen een duidelijke roeping om bewustwording en heling te bevorderen. In hun antwoorden weerklinkt de rechter hersenhelft:

Mensen bewust maken van de kracht van hun ziel’. ‘De gelaagdheid van grofstoffelijk naar subtiel leren ervaren en verfijning leren ontwikkelen’. ‘Mensen helpen thuiskomen bij zichzelf’. ‘Mensen meer in contact brengen met de wijsheid die al in henzelf aanwezig is’.

 Immaterieel inkomen

Het is niet toevallig dat ik hier het immateriële inkomen vóór het financiële inkomen plaats.  Diverse mensen hebben een (goed) betaalde baan opgegeven omdat ze uit dit werk meer voldoening hoopten te halen.  Allen zeggen dat dit ook inderdaad gebeurt. Die voldoening ligt voor een deel in het resultaat: hun klanten krijgen inzicht, leren vanuit authentieke kracht in hun professionele leven te staan, vinden nieuwe inspiratie, er komen veranderingsprocessen op gang, mensen krijgen meer vreugde en vervulling in hun leven. En natuurlijk: ‘De kick van een geslaagde workshop. Het yes-gevoel bij het binnenhalen van een opdracht.’

Een ander deel van de voldoening is de wisselwerking tussen hen en de klant: het kunnen delen van eigen kennis en ervaring, de verdieping daarvan door het contact met de klanten.  Ook de zelfstandigheid en de vrijheid om het werk helemaal op de eigen manier te ontwikkelen, geeft voldoening.

 ‘De dankbaarheid van cursisten en lezers is het mooiste geschenk dat je kunt krijgen. De gedachte dat mijn boeken en werkzaamheden werkelijk zin hebben en betekenis geven. Dat ik mijn energie kan aanwenden om een ander hart te bereiken, iemand kan raken, een zetje of inzicht kan geven, is mij meer waard dan wat voor salaris ook’.

 Financieel inkomen

Is de voldoening op het immateriële vlak voor iedereen groot, op financieel gebied geldt dat (nog) lang niet voor iedereen. Vijf van de vijfentwintig mensen zeggen met hun werk het inkomen te verwerven dat ze wensen. Een van hen heeft een eigen bureau als ICT-er om geld te verdienen, zodat hij in zijn vrije tijd zijn passie kan volgen. Voor de andere twintig is de financiële situatie en toekomst onzeker.

Specialiteit

De meeste sensitieve pioniers uit dit onderzoek noemen als belangrijke specialiteit dat ze een verbinding willen maken tussen het spirituele en het aardse niveau. Ze proberen de spirituele principes op alle terreinen van de dagelijkse praktijk toe te passen. Een belangrijk principe is: ‘walk your talk!’ Geen gepreek, jezelf niet boven de ander stellen, zelf leven wat je beweert. Ook hier zie je dat de rechter hersenhelft actief is; deze ondernemers erkennen eigenlijk geen grenzen tussen vakgebieden en methodieken. Ze banen intuïtief hun eigen pad en maken in hun werk een eclectisch gebruik van datgene wat ze ervaren en geleerd hebben. In de antwoorden zie je weer de taal van de rechter hersenhelft. Sleutelwoorden die steeds terugkomen, zijn: lichtheid, liefde, speelsheid, creativiteit, snel tot de essentie komen, diepgang, helderheid, verbinding.

 Valkuilen en leerpunten

De problemen die sensitieve ondernemers in hun werk tegenkomen, ontmoeten ze ook in hun privéleven. Bovendien is het onderscheid tussen werk en privé bij hen niet zo groot. Iemand zegt: ‘Ik kijk er niet naar als “valkuilen”, maar als een ontwikkelingsweg waarop je jezelf steeds bijschaaft’. De leerpunten die genoemd worden, zijn: anders durven zijn, zakelijk zijn met behoud van authenticiteit, jezelf begrenzen, in balans blijven en leren focussen en structureren.

De meeste antwoorden zijn uitvoerig en open. Daardoor lijkt het misschien alsof het aantal problemen gigantisch is. Je kunt echter ook zeggen dat deze sensitieve pioniers zich heel bewust zijn van zichzelf, van hun idealen, van de energetische velden van andere mensen waar ze mee te maken hebben. Daardoor kunnen ze veel informatie geven.

Durven afwijken: coming out

Veel van de valkuilen hebben te maken met het pionierschap. Sensitieve ondernemers horen niet tot de mainstream en willen ook niet terug vallen op de daar heersende normen en gewoonten. Ze gaan voor 100% authentiek. Daardoor wijken ze af van het gangbare model. Tegelijkertijd voelen ze zich daar onzeker in en zijn ze kwetsbaar voor kritiek. Ze worstelen allemaal met een ‘coming out’, ze moeten telkens opnieuw moed verzamelen om zichzelf helemaal in hun eigen kracht, op hun eigen manier, in hun eigen taal te presenteren. Ze blijven beducht voor het mogelijk harde oordeel van de maatschappij: zweverig en soft, kortom, onprofessioneel. Hoeveel ervaring en succes ze ook hebben, het gevoel, ‘niet goed genoeg’ te zijn, ligt altijd op de loer.

 ‘Ik heb altijd moeite met acquisitie, om me vanuit mijn sensitiviteit en subtiliteit te presenteren in een zakelijke wereld, om mezelf in de kijker te zetten

Het afwijken van de gangbare opvatting van zakelijkheid in het bedrijfsleven schept nogal eens hobbels en misverstanden. Iemand zegt bijvoorbeeld: ‘Ik vraag doorgaans te weinig geld. Ik ben zakelijk niet hard genoeg.’ Of:  ‘Samenwerking met reguliere instanties was vaak lastig, omdat ik echt niet verstaan werd of me niet verstaan voelde’.  Sommigen geven aan, te weinig te weten van regelingen die ze nodig hebben om te zorgen voor hun inkomsten.

Snel energetisch uit balans

Bijna alle respondenten noemen het snel uit balans zijn een van de grote valkuilen. De veelheid aan activiteiten die bij het ondernemerschap horen veroorzaken nogal eens stress. Het enthousiasme voor de uitvoering is groot, maar…

 ‘Een probleem is het eeuwige conflict tussen ongebreideld enthousiasme en beperkte energie. Daarin een balans vinden blijft een spannend proces!

 Die balans is iets heel persoonlijks en kan van het ene op het andere moment verschillen. Als je je goed voelt, word je overmoedig, maar daar betaal je een prijs voor. Want: ‘Het ene moment heb je een gebrek aan daadkracht, het andere moment werk je weer veel te hard. Je kunt dus niet op een constant niveau presteren’.

Een andere valkuil die genoemd wordt, heeft te maken met het alleen werken: ‘Als je eenmaal overprikkeld bent geraakt, is het in je eentje heel moeilijk om positief te blijven, met name over jezelf’. En tenslotte een van de grootste opjagers: ‘Ik moet echt mijn perfectionisme leren beteugelen: ik kan in de voorbereiding naar een teambuilding, uren en dagen doorgaan’.

Moeite met structureren en focussen

Uit de antwoorden blijkt dat veel mensen moeite hebben met structureren en focussen. Je zou kunnen zeggen dat ze hier te weinig gebruik maken van de linker hersenhelft. Ze besteden soms veel tijd aan dingen die weinig opbrengen en achteraf soms overbodig blijken, ze beantwoorden e-mails stuk voor stuk zorgvuldig, zonder er prioriteiten in aan te brengen. Ze laten zich leiden door hun enthousiasme én hun neiging tot perfectionisme; een fatale combinatie. Ze hebben moeite met grenzen stellen, zichzelf te beperken.

Het samenstellen van één les kostte me aan het begin soms acht tot tien uur. Dit is niet alleen omdat ik hiermee geen ervaring heb, maar ook omdat ik niet goed prioriteiten kan stellen, te veel om details geef. Toch gaat het steeds vlotter, want ik probeer minder scrupuleus te zijn’.

Welke sensitieve kwaliteiten zet jij in?

Een aantal sensitieve kwaliteiten komt bij het beantwoorden van deze vraag duidelijk naar voren. Ze liggen allemaal in de sfeer van de rechter hersenhelft: empathie, sterke intuïtie, gemakkelijk verbanden kunnen leggen, contact kunnen maken op harts- en zielsniveau. De mate van aanleg is nogal verschillend. Noemt de een zichzelf invoelend, anderen melden helderziende, helderhorende, heldervoelende, en/of helderwetende vermogens te hebben.

De kwaliteit empathie komt op allerlei manieren naar voren, ook in bewoordingen als heldervoelendheid, begrip, compassie, sociaal zijn.

‘Ik weet vaak wat er in mensen omgaat voordat ze het zeggen. Ik breng mijn vermoedens of mijn innerlijk weten in de vorm van checkende vragen naar voren. Mensen zijn dan verbaasd en voelen zich veilig, omdat ze gezien worden’.

De intuïtieve aanleg is bij sensitieve ondernemers sterk. Opvallend is hoe gemakkelijk er over gesproken wordt, zonder enige schroom. Veel ondervraagden hebben aanvankelijk deze kwaliteit vooral als een handicap ervaren. Later hebben ze geleerd, er gebruik van te maken.

 ‘Datgene waar ik vroeger op afgerekend werd, is nu mijn kracht geworden. Ik werk vanuit een soort innerlijk weten, ik werk ermee in het moment en heb vertrouwen’.

De verschijningsvormen van de intuïtie zijn heel verschillend:

 ‘Ik kan mensen heel snel scannen en heb al heel snel door wat er aan de hand is’. ‘Ik voel haarfijn in groepen de sfeer aan, de spanningen, de weerstand, de pijn.’ ‘Ik weet vaak snel wat de essentie is’. ‘Ik benut alle waarnemingsbronnen van mijn lichaam zoals helder kunnen voelen, horen, zien, intuïtie, ervaring en weten’. ‘Ik weet vaak intuïtief of ik ergens energie in moet steken of het beter naast me neer kan leggen’.

Contact kunnen maken op harts- en zielsniveau blijkt helend te zijn voor zowel cliënt als helper.

‘Ik maak gemakkelijk hartsverbindingen met mensen. Het vervult mijn behoefte aan diepgang en zingeving. Het is daardoor ook helend voor mezelf om dit werk te doen’.

Waar is ondersteuning gewenst? 

De antwoorden zijn in vijf categorieën onder te brengen: zakelijk, praktisch, netwerk, sociaal leven en energieniveau.

Zakelijk:

Bij de meeste ondervraagden is zakelijkheid niet de eerste kwaliteit die eruit springt. Er blijkt grote behoefte te zijn aan meer deskundigheid op het zakelijke vlak, maar dan wel van iemand die zowel voeling heeft met de zakelijke (mainstream) cultuur als met de spirituele invalshoek.

Ik zou wel ondersteuning kunnen gebruiken van iemand die ziel en zakelijkheid met elkaar kan verbinden en dat duidelijk over het voetlicht kan brengen’.

 Het gaat daarbij om uiteenlopende vragen:

–              Hoe kan ik in aanmerking komen voor vergoedingen van verzekeraars?

–              Hoe maak ik een goed ondernemingsplan en stappenplan?

–              Welke richting kan ik in slaan nu mijn ww-uitkering stopt?

–              Hoe presenteer ik me in het bedrijfsleven en in de wereld van de reïntegratie?

–              Van welke belastingwetten moet ik op de hoogte zijn?

–              Waar kan ik financieel advies krijgen?

Verder is er veel behoefte aan deskundigheid op het gebied van marketing en het maken van een website.

Praktisch: Veel mensen zouden graag ondersteuning hebben op praktisch gebied. Een relatief groot aantal koestert weliswaar deze wensen, maar heeft niet de financiën om iemand in dienst te nemen.

 ‘Ik zou graag ondersteuning hebben op het praktische gedeelte, een soort secretaresse die mij computer- en bedrijfsmatige taken uit handen kan nemen en een buffer vormt tussen mij en de buitenwereld.’

Netwerk, sociaal leven: Er is veel behoefte aan uitwisseling met collega’s.

Energie: Tenslotte wordt behoefte aan ondersteuning genoemd op het vlak van de energiehuishouding: van groot belang is zuiverheid, harmonie in plaats van competitie.

 ‘Geen gesodemieter op een afdeling waarin de een niet meer met de ander praat. Zodra het water niet meer zuiver is, raakt dit visje in ademnood. Nu heb ik dat mooi opgelost want ik kom binnenlopen en ga er na een tijdje ook weer weg. Ik maak geen onderdeel uit van de sfeer daar’.

 Samenvattend zou ik willen zeggen dat er een dilemma is tussen in veel gevallen een gering inkomen (uit onderzoek blijkt dat een groot aantal zzp’ers onder de armoedegrens leeft en ik maak me sterk dat daar veel sensitieve pioniers tussen zitten) en een grote behoefte aan ondersteuning en deskundigheidsbevordering, waardoor met een minimum aan extra inspanning een hoger inkomen kan worden verworven.

Tips

Bij het beantwoorden van de onderzoeksvragen hebben veel ondervraagden op basis van eigen ervaringen tips gegeven voor andere sensitieve pioniers. Deze heb ik bijeengevoegd, in elkaar geschoven, uitgebouwd. Je vindt ze in het boek Meer zijn dan je brein.

Dit is een geactualiseerd hoofdstuk uit het boek Meer zijn dan je brein, dat ik in 2011 samen met Monique Timmers schreef.

Marian van den Beuken en Monique Timmers, Meer zijn dan je brein, AnkhHermes 2011

De nieuwsbrief De sensitieve Pionier is te vinden op  www.desensitievepionier.nl


 

Vakwerk is onze reclame

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik heb het idee dat het bewustzijn van de nieuwe tijd al behoorlijk begint te groeien. Ik maak dat bijvoorbeeld op uit het groeiende collectieve verlangen naar authenticiteit. Maniertjes, marketingtrucs, kiezersbedrog, er wordt steeds meer doorheen geprikt. Althans, in ons deel van de wereld. Steeds minder mensen trappen er in. Mensen die echt zijn, worden gewaardeerd. Je ziet dat bijvoorbeeld in de politiek. Je komt er niet meer mee weg als je jezelf mooier verkoopt dan je je van binnen voelt. Je ziet het ook bij dienstverlenende organisaties.

Gisteren had mijn vriendin verschillende mensen van de ziektekostenverzekering aan de telefoon. Het gesprek verliep op een heel aangename toon. Na afloop zei ik: ‘Valt het jou ook niet op dat de mensen die je de laatste tijd aan de telefoon krijgt veel vriendelijker en behulpzamer zijn dan vroeger? En dat ze het toegeven als ze niet meteen een antwoord hebben maar het nog even uit moeten zoeken?’ Ja, het was haar ook opgevallen.

Om authentiek te kunnen zijn, moet je wel met jezelf op goede voet staan. Zo lang er dingen zijn waar je je voor schaamt, al is het maar dat je niet alles weet, is authenticiteit onmogelijk, dan heb je trucs nodig om die te verbergen. Je kunt jezelf niet tegelijkertijd in het volle licht presenteren en dingen in het donker verborgen houden.

Dit is een tijd waarin veel wat verborgen was, aan het licht wordt gebracht. Allerlei duistere geheimen komen in de openbaarheid, denk bijvoorbeeld aan wikileaks, of het kindermisbruik in de katholieke kerk. Dat is heel ongemakkelijk voor degenen die dachten gebaat te zijn bij het bedekken ervan. Maar het collectieve verlangen is heel duidelijk: we willen niet meer voor de gek gehouden worden, speel geen spelletjes met ons, wees eerlijk, wees echt!

Het interessante is dat er helemaal geen volmaaktheid verlangd wordt. Mensen maken nu eenmaal fouten. Het wordt veel meer gewaardeerd als je die ruiterlijk toegeeft en je daarvoor verontschuldigt, dan als je mooi weer probeert te spelen.

Toch kampen we met een ingebakken neiging om onze fouten en vermeende onvolmaaktheden te verbloemen. Ik betrap mezelf daar ook nogal eens op. En als dochter van een middenstander, die nou eenmaal zijn diensten moest promoten, heb ik ook een sterke neiging om de dingen net iets mooier voor te stellen dan ze zijn. Toch had mijn vader, die schoenmaker was, wel een mooie authentieke slogan. Bij ons stond op de winkelruit: Vakwerk is onze reclame! Die heb ik er in gehouden, ik heb zelfs onder die titel een afstudeerscriptie geschreven, daar sta ik nog steeds honderd procent achter. (Misschien is de titel van dit stukje dus zelfplagiaat. Maar dat moet dan maar). Tegelijkertijd kun je ook zeggen, hoezo winkel, er werd meer gewerkt dan verkocht, anderen zouden het misschien een werkplaats noemen. Maar wij noemden het de winkel. Dat klonk toch net iets chiquer. We zorgden ook dat onze winkel zo presentabel mogelijk was. En daar is ook niets mis mee. Mijn vader adverteerde als ‘onder rijkstoezicht gediplomeerd schoenhersteller en voetverzorger’. Nou, ik heb hem mijn hele leven niet één voet zien verzorgen. Maar het klonk wel mooi.

Ik heb me vroeger wel een beetje geschaamd voor mijn eenvoudige afkomst. Ik had het idee dat je daar op het gymnasium niet mee aan kon komen, dat ze op je neer zouden kijken als ze wisten hoe het er bij ons thuis aan toe ging. Misschien was dat zo, misschien ook wel niet. Thuis moest ik weer niet al te veel over school vertellen, want dat werd niet gewaardeerd omdat het ‘te geleerd’ was.  Zo leer je schipperen en behendig heen en weer bewegen tussen alles wat verborgen moet blijven. Dat lukte eigenlijk wonderwel, misschien wel omdat er in beide situaties eigenlijk weinig sprake was van een persoonlijk contact. Er was gewoon niemand die doorvroeg naar wie ik nou eigenlijk was. Zo ging dat nou eenmaal in die tijd. Toen ik ging studeren en op kennismakingsgesprek kwam bij een hoogleraar (dat is wel een mooi ding dat we zijn kwijtgeraakt), vroeg hij wat mijn vader deed. Ik zei: ‘Hij is schoenhersteller’. En hij: ‘O, schoenmaker’. Ik kon wel door de grond zakken! Werd ik daar even lekgeprikt!

Mezelf presenteren, het werd wankelen op glad ijs. Overal wakken, en ik maar net doen alsof ik me volkomen zeker van mezelf voelde. Ik ging me steeds meer terugtrekken, dat voelde veiliger.

Ik houd er over op, want ik word gewoon moe als ik er aan denk. Er brak uiteindelijk een hele andere tijd aan. Een tijd waarin ik gewoon wilde zijn wie ik was en waarin ik me gewoon wilde laten zien zoals ik ben, niet meer en niet minder. Ik begon dat pas een beetje onder de knie te krijgen toen ik van mezelf begon te houden, respect begon te krijgen voor mijzelf, voor het gezin waarin ik ben opgegroeid, respect voor het grillige pad dat ik in mijn leven heb durven kiezen. Ik begon te zien dat ik van alle ogenschijnlijke fouten, missers, dwaalwegen, onvolmaaktheden zeker zo veel leerde als van mijn successen. Er bleef steeds minder over om me voor te schamen. Sterker nog, ik krijg juist van mijn lezers veel waardering omdat ik niet alleen mijn successen en mijn wijsheid deel, maar ook mijn valpartijen en mijn onwijsheden. Ze houden kennelijk van iemand die menselijk is, net als zij.

Toch blijft het nodig om alert te zijn. Zeker nu ik zelf ook een soort middenstander geworden ben en mijn producten onder de aandacht wil brengen. Het blijft verleidelijk om ze net iets mooier in te kleuren dan ze zijn. Zeker als je ervan houdt om met taal te spelen. Voordat je het weet, gaat de taal met je op de loop. Elke keer als ik mezelf daarop betrap, weet ik dat er nog iets is waar ik me voor schaam. Dan is er weer werk aan de winkel.

Kom bij mij niet aan met een cursus Leer jezelf in één dag authentiek presenteren. Ik weet wel beter.

Hoe in een rugzakje een schat blijkt te zitten.

Mensen vragen me vaak: Ben je met een nieuw boek bezig? En waar gaat het dan over? Zulke vragen brengen me dan even in verlegenheid, want tot in de allerlaatste fase weet ik dat eigenlijk niet. Ik schrijf ook niet veel over dingen die ik weet, want dat vind ik behoorlijk saai. Veel leuker is het, om al schrijvend te ontdekken wat ik nog niet dacht te weten. Ik zeg wel eens, ik kan geen boek schrijven, ik kan alleen stukjes schrijven. Dat is wat simpel gezegd en het is natuurlijk niet waar, maar het is wel hoe ik het vaak tijdens het schrijfproces beleef. Mijn stukjes dienen zich altijd aan. Ik maak altijd van alles mee en dan is er opeens iets waarvan ik voel dat er ‘schrijfenergie’ in zit. Dat is qua thematiek heel uiteenlopend. Ik denk dan dat ik met van alles en nog wat bezig ben. Maar vaak toont zich na verloop van tijd toch een rode lijn waarin alles blijkt te passen. Ik hoef eigenlijk maar heel weinig materiaal weg te gooien.

Ik heb mijn hele leven geschreven en heel vaak had dat vooral de functie om mijzelf uit de narigheid te trekken. Ik heb nou eenmaal een behoorlijk rugzakje meegekregen, dat zo nu en dan nog wel eens open wil springen. Er kan snel iets getriggerd worden wat de nodige emoties oproept.

Schrijven heeft mij altijd erg geholpen om onderscheid te maken tussen aanleiding en oorzaak. Door een voorvalletje van niks kan er een pijnknop ingedrukt worden die een wereld van oude emotionele ervaringen oproept. Ik ben altijd weer blij als ik zie dat er in het heden niet zoveel aan de hand is, maar dat alleen de herinnering aan mijn rugzakje werd geactiveerd, zodat ik dat weer als heel zwaar begon te voelen. Ik hoef niet eens meer terug naar het verleden, het signaleren wat er gebeurt zonder naar de inhoud te kijken, is al genoeg om weer in balans met mezelf te komen.

Zo werd ik vanmorgen wakker na een trubbelige nacht waarin het bloed door mijn aderen leek te razen. Ik had twee drukke dagen achter de rug. Een met een feestje waar plotsklaps een pijnknop werd ingedrukt en mijn maandagse omadag, heerlijk maar ook heel intensief. En daar lag ik in mijn bed te shaken alsof mijn tenen in het stopcontact zaten.

Ik kon mezelf beheersen om niet onder die pijnknop van dat feestje te gaan kijken. Die verleiding is altijd groot, maar ik heb door ervaring geleerd dat dit het eerder erger maakt dan beter. Het lukte me eigenlijk wel goed om te accepteren dat het gewoon was zoals het was en dit te zien als een ontwikkeling op mijn pad. Iets om even bij stil te staan. Want, zo heb ik geleerd, een pijnknop wijst altijd op nieuwe informatie die vrij kan komen. Dat vind ik een stuk interessanter dan me door de pijn mee te laten sleuren.

Nog steeds is een uitspraak van Ram Dass voor mij heel belangrijk. Hij zei in gesprek met een vrouw die haar partner op een gewelddadige manier verloren had: ‘Verdriet brengt mij dichter bij God. Het verlies van een dierbare is een pad’[1]. Dat raakte me diep. Als ik het naar mijn eigen leven vertaal, zeg ik: mijn leven met mijn rugzakje is een pad. Het brengt mij dichter bij God, bij de Bron, bij het Grote Mysterie, of hoe je het noemen wilt. Vroeger zou ik dit de omgekeerde wereld genoemd hebben. Ik dacht dat ik eerst alles wat ik op mijn rug droeg opgeruimd moest hebben en dat ik dan God zou vinden. Nu weet ik dat dit helemaal niet nodig is. Ik kan gewoon zijn bij wat er in mij gebeurt, dat erkennen en liefdevol omhullen. Juist dan ga ik iets aanvoelen van dat grote mysterie. En dat was wat ik deed. In het vertrouwen dat alles goed was en dat het tot iets moois zou leiden.

Evengoed bleef ik angstig. Ik kreeg het getob er niet mee weg. Zou het weer een terugval worden? Red ik het wel deze week? Veel interessante dingen doen is leuk, maar kan ik het ook aan? Heb ik niet teveel hooi op mijn vork genomen? Kortom, alle tobberijen van de sensitieve pionier kwamen voorbij. Ik was dus op twee lagen aanwezig.

Het werd geen fijne nacht, maar gelukkig heb ik uiteindelijk toch nog een paar uur slaap gehad, waaruit ik verfrist wakker werd.

En nu zit ik hier prima te schrijven en ging mijn fitness vanmorgen buitengewoon goed. Ik voel me weer in balans, heb energie en zin om aan mijn nieuwe plannen voor 2014 te werken. Ik ben dankbaar dat mijn vertrouwen in het proces steeds groter wordt en mijn behoefte om precies te weten waar alles over gaat, steeds minder.

Het schrijven na zo’n onrustige nacht helpt me om enerverende  voorvallen en ingedrukte pijnknoppen in een groter kader te plaatsen. Als ik het grotere plaatje zie, weet ik dat ik gewoon op mijn avontuurlijke pad ben en dat ik daar iets vind wat het onderzoeken waard is. Niets om me zorgen over te maken. Er zijn genoeg lichtbakens die me tonen dat ik op de weg ben die ik zelf gekozen heb en dat ik mijn doel ga bereiken, zoals zo veel wensen die op mijn verlanglijstje hebben gestaan, na verloop van tijd vervuld zijn.

Wat ik in veel sensitieve pioniers herken, is dat veel van wat ze te bieden hebben, nog in hun rugzakje zit. Dat maakt dat ze moeilijk kunnen zien wat ze in huis hebben. Er moeten eerst nog lagen van schaamte afgepeld worden voordat de verborgen schat zich toont. De een heeft al wat meer afgepeld dan de ander, maar het proces is steeds hetzelfde. Uiteindelijk leer je om neutraal in je rugzakje te kijken en er af en toe iets uit te halen en tegen het licht te houden. Je weet dat je dit pad nou eenmaal met deze bepakking loopt. En af en toe ga je er even mee zitten. Hoe meer je accepteert dat dit jouw manier is om door dit leven te gaan, hoe meer je met er met andere ogen naar gaat kijken. Schaamte heeft dan geen functie meer. Het is niet de kortste weg van A naar B, het is eerder een speurtocht naar de schat, waarbij je van opdracht naar opdracht loopt en zo steeds een stukje verder komt. Bij al die opdrachten wordt er weer een overbodige laag van je schat afgepeld en zo kom je steeds dichter bij de prachtige kern.

De afgelopen tijd heb ik er een nieuwe manier van schrijven bij gekregen. Soms begin ik net als vroeger met een ingedrukte pijnknop die wat aandacht nodig heeft. Maar steeds vaker begin ik met een spannend verlangen en zet ik al schrijvend een route uit om dat te vervullen.

Kinderen zijn dol op schatzoeken. Ik inmiddels ook weer. Het maakt mijn leven een stuk blijer.


[1] Dit is te zien in de prachtige film over zijn leven: Fierce Grace.

Wat te doen als de rapen gaar zijn?

Al een tijdje ben ik intensief bezig met het boek Houd me vast van Sue Johnson. Ik ben er in begonnen omdat mijn lief en ik allebei ongelukkig waren met de manier waarop onze relatie zich de laatste tijd ontwikkelde. Het was alsof we elkaar kwijt waren en niet meer konden vinden.

Het boek raakte me meteen enorm. In onze cultuur, zegt Johnson, gaan we ervan uit dat eigenlijk alleen kinderen diepe emoties  hebben als verlatingsangst, hulpeloosheid, en de wanhoop die daarmee gepaard kan gaan, en we schamen ons als we daar als volwassenen last van hebben. De praktijk is echter dat die emoties in liefdesrelaties een grote rol kunnen spelen. In het ideale geval hebben volwassenen als kind een veilige hechting met hun beide ouders kunnen ontwikkelen. Maar zelf dan kon er van alles gebeuren waardoor er toch angsten en onzekerheden zijn ontstaan. Die emoties kunnen onverwachts in de interactie met je partner getriggerd worden en dat kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat je opeens samen in een denderende ruzie zit terwijl er even daarvoor geen vuiltje aan de lucht was. Als je het dan over de inhoud gaat hebben of over wie er begon, leidt dat alleen maar tot meer ruzie.

Hoe herkenbaar. Bij zowel mijn lief als bij mij is er veel misgegaan in onze vroege jeugd. Geen van beiden hebben we een veilige hechting met onze ouders op kunnen bouwen. Geen wonder dat een dingetje van ogenschijnlijk niks voor een van de twee aanleiding kan zijn om zich verlaten, miskend, niet serieus genomen te voelen. Het kan tijdenlang heel goed gaan, maar dan opeens als een donderslag bij heldere hemel zijn de rapen weer gaar. ‘Sommige liefdesrelaties zijn werkrelaties’, hoorde ik Marieke de Vrij onlangs zeggen. ‘En dat is heel hard werken’. Wij zijn er best trots op dat we na 25 jaar intensief werken nog steeds van elkaar houden en elkaar steeds weer weten terug te vinden, al kunnen we daar kortere of langere periodes behoorlijk aan twijfelen. Maar de laatste tijd, waarin we allebei het nodige te verstouwen hadden,  leek het alsof er geen schot meer in zat en we betrokken steeds vaker ieder ons eigen eiland, waarvandaan we dan af en toe even beleefd naar elkaar wuifden. En ondertussen voelden we ons allebei eenzaam en ongelukkig.

Houd me vast is gebaseerd op de emotionally focused therapy (EFT) voor paren die Johnson, hoogleraar klinische psychologie, in de jaren tachtig ontwikkelde aan de universiteit van Ottawa. Mensen hebben de verbondenheid met elkaar nodig om te overleven, zegt ze. Het idee van onafhankelijkheid is een farce. We zijn sociale wezens, gemaakt om ons te hechten.

Sue Johnson laat de verschillende dansen zien waarin je als partners verzeild kunt raken. Bijvoorbeeld de dans waarin beurtelings de een de ander met kritiek overdondert en de ander verstijft en zich terugtrekt, Alleen de associatie met dans is al heel prettig. Dat is in elk geval iets waar je ook mee op kunt houden, wat bij ruzie maken nog maar de vraag is. Johnson noemt deze ruzies duivelse dialogen. Dat zijn destructieve patronen in de communicatie die steeds opnieuw de kop opsteken. Het is niemands schuld, zegt ze, het komt door de hechtingsproblematiek. Als je de demonische dans waarin je verzeild bent geraakt, eenmaal kunt herkennen en benoemen, ontdek je een ongevaarlijker manier om het er met elkaar over te hebben. Dan kun je de pijnplekken lokaliseren waarop elk nou eenmaal extra kwetsbaar is. In een liefdesrelatie, zegt ze, moet je leren om elkaar veiligheid te bieden. Er moet een fundament van veiligheid zijn. Dat betekent, dat je oog hebt voor elkaars kwetsbaarheden en dat je elkaar te hulp schiet als je merkt dat de ander blokkeert of opgewonden raakt  doordat er een pijnplek wordt aangeraakt. Ben je er voor mij, ook als het moeilijk is? Dat is in wezen de centrale vraag waar alle ruzies om draaien.

Niemand vindt ruziemaken prettig, maar het is wel een poging tot contact. En daar zit dan ook de kans die het biedt. Als een van de twee een stap achteruit kan doen en kan zeggen: ‘Laten we eens kijken waar we in verzeild geraakt zijn. Welke dans is dit eigenlijk?’, kom je meteen in een minder gevaarlijke zone. Dan gaat het niet meer om de schuldvraag maar om de vraag welke pijnplek van de ander is aangeraakt. Dat is ook wel emotioneel, maar als je hier eenmaal de nodige ervaring mee hebt opgedaan, hoeft het niet meer conflictueus te zijn, en het kan je dichter bij elkaar brengen.

Onze ervaring is in elk geval dat het veel makkelijker wordt om weer dichter bij elkaar te komen als je allebei die stap achteruit hebt gezet en de duivelse dialoog hebt gesignaleerd.

Johnson gaat nog verder. Het gaat er immers niet alleen om, de ruzie te beëindigen, maar om de veilige hechting met elkaar te herstellen. Dat gebeurt in het zogenaamde  houd-me-vast-gesprek, waarin we onze diepste kwetsuren met elkaar delen en elkaar beloven dat we er voor elkaar zullen zijn, ook als het moeilijk is. Dat gaat niet zomaar op slag en stoot, vaak komt er nog meer pijn naar boven van dingen die eerder in de relatie mis zijn gegaan. De stap naar een nieuwe veilige hechting kan alleen gezet worden als we elkaar het ergste kunnen vergeven wat ons is aangedaan. En wat natuurlijk ook heel belangrijk is, we gaan elkaar vertellen wat we nodig hebben om ons weer veilig te voelen bij de ander. Misschien is dat nog wel het moeilijkst. Voor mij betekent dat echt mijn hoofd buigen. Het is erkennen dat ik ben zoals ik ben. Ik laat me aan de ander zien in die ongelooflijke kwetsbaarheid, zonder bescherming, zonder huid als het ware. Ik zeg eigenlijk: ‘Ik kan het niet alleen, ik heb je nodig, houd me vast’. Ik neem het ultieme risico. En als we dat allebei durven te doen, dan ontstaat daar als door een wonder de diepe intimiteit waar we zo naar verlangen.

Johnson beschrijft in Houd me vast heel minutieus de conversaties die we met elkaar kunnen voeren om een veilige hechting met elkaar te herstellen of zelfs te creëren.  Daarbij geeft ze talloze voorbeelden en citaten uit haar eigen jarenlange onderzoek en relatietherapeutische praktijk.

Ik vind het een heel helder, praktisch en bruikbaar boek. Zelfs het eerste hoofdstuk hielp ons al een heel eind op de terugweg naar elkaars hart.

Al verder lezend realiseerde ik me dat wij het als stel het eigenlijk heel goed doen als je bekijkt met welke traumatische hobbels we allebei te maken hebben. Juist doordat we ieder zelf die ongenadige kwetsbaarheid kennen, kunnen we die uiteindelijk ook in elkaar zien. En dan zijn er geen pantsers en wapens meer nodig. We hebben die weg terug naar elkaar al zo vaak gevonden, we kennen de route al, het is vooral een kwestie van die ene stap achteruit zetten en ons afvragen waar het nu eigenlijk bij elk van ons echt om gaat.

Het boek was voor mij niet alleen verhelderend op het gebied van de liefdesrelatie. Ik zie opeens ook allerlei andere gebieden waarop de onderliggende theorie behulpzaam kan zijn. Ik ontdekte bijvoorbeeld in het contact met een collega dat haar overdreven manier van dingen vertellen, waaraan ik me wel eens erger, eigenlijk betekent: Luister je wel naar me? Door haar hechtingskwetsuren heeft ze de overtuiging ontwikkeld dat ze heel veel moeite moet doen om gehoor te vinden. Terwijl ik denk, mens, doe alsjeblieft gewoon, dan kan ik tenminste naar je luisteren. Ik word dan zelf ook afstandelijk, en daarmee wordt haar patroon alleen maar sterker. Dat is ook zo’n dans waarmee je elkaar op afstand houdt. Terwijl er, als ze zich veilig voelt, niets aan de hand is. Dan is ze gewoon het bijzondere mens dat ze is. Als ze in de theatrale versie van zichzelf schiet, is dat voor mij dus een signaal dat ze zich niet op haar gemak voelt, dat haar oude kwetsuren opspelen. En zo heb ik een aanknopingspunt om contact te maken. Ik kan zeggen: Goh, wat gebeurt er nu eigenlijk tussen ons?

Een tijdje geleden vertelde een bevriende manager me een verhaal dat terugkwam in mijn herinnering toen ik het boek las. Hij had een regiomanager die steeds het conflict met hem zocht. Het kostte hem heel veel moeite om daar uit te blijven en op een gezonde en respectvolle manier met hem te blijven communiceren. Op een gegeven moment zei hij tegen hem: ‘Arend, wat gebeurt hier nu eigenlijk tussen ons? Wat is dit voor een dans?’ Uiteindelijk bleek dat Arend hem identificeerde met zijn vader, onder wiens autoritaire bejegening hij erg te lijden had gehad. Toen de pijnplek die het vervelende gedrag veroorzaakte, was blootgelegd, en hij had ingezien dat deze ‘baas’ echt te vertrouwen was, draaide de negatieve spiraal in een positieve richting.

Ik denk dat heel veel conflicten tussen mensen, maar ook tussen groepen, organisaties, landen zelfs, ten diepste voortkomen uit hechtingsproblematiek. Ben jij te vertrouwen? Ben je veilig voor mij als ik laat zien hoeveel pijn ik heb? Dat zijn de vragen waar het vaak om gaat, en als daar geen bevredigend antwoord op komt, kunnen we verzeild raken in demonische dansen van wrok en zelfs haat en wraak.

Als we dat eenmaal in de gaten hebben, kunnen we daar een hele constructieve rol in spelen. We gaan niet meer in op de inhoud van de verwijten maar we stellen voor, een stap achteruit te zetten en ons af te vragen waar het conflict nu echt over gaat. Verwijten incasseren is voor de meesten van ons niet zo gemakkelijk. Er vanuit ons hart voor iemand zijn die een diepe pijn voelt, is wellicht een mogelijkheid die we wel aandurven.

Sue Johnson, Houd me vast, Zeven gesprekken voor een hechte(re) en veilige relatie, Kosmos 2009

Een interview met Sue Johnson kun je vinden op http://odenow.nl/een-doctor-voor-de-liefde/

Sensitief pionieren in het bedrijfsleven

De laatste tijd krijg ik signalen dat er in het bedrijfsleven steeds meer interesse begint te ontstaan voor de kwaliteiten van sensitieve pioniers. Het is ook zeker geen toeval dat veel adviseurs, coaches en consultants bij deze groep horen. Eigenlijk heeft iedere manager een sensitieve adviseur nodig, niet alleen vanwege de visionaire blik, maar ook om contact te houden met het proces en de gevoelens van degenen voor en met wie hij werkt. Maar ook op de werkvloer wordt steeds meer ingezien dat hoogsensitieve mensen een interessante bijdrage kunnen hebben.

Ik kijk graag naar het programma Boeken van de VPRO. Afgelopen zondag interviewde Wim Brands Dick van Delft, die samen met Ad Maas een boek samenstelde over het Natlab van Philips: Philips Research, 100 jaar uitvindingen die ertoe doen. Sensitieve pioniers zijn uitvinders. Misschien niet allemaal in de harde sector, maar vaak wel uitvinders van een nieuwe levensstijl. Ze laten bijvoorbeeld zien dat je niet over lijken hoeft te gaan, maar ook doelen kunt bereiken met een zachte kracht, waardoor mensen steeds opnieuw bemoedigd worden om het beste uit zichzelf te halen.

Uitvinders zijn creatievelingen. Die floreren niet in een baan van negen tot vijf waarin alles wat ze doen, voortdurend gecontroleerd en vastgelegd wordt. Ze bloeien op in een atmosfeer van vrijheid en vertrouwen, waarin ze hun, vaak intuïtieve, invallen mogen volgen. Dick van Delft beschreef in dit interview bijvoorbeeld het vrijdagmiddagonderzoek dat een tijdlang in zwang was bij het Natlab. Dat was een moment waarop uitvinders de volle vrijheid kregen. Bij wat hij beschreef, kreeg ik een beeld van een stel dollende jonge honden. Geen inval was gek genoeg om er niet over te kunnen brainstormen en hem eventueel uit te voeren. Juist hier is de kiem gelegd voor talloze prachtige uitvindingen.

Er was dus heel veel vertrouwen in het talent van degenen die daar werkten en de leiding wist dat de vrijheid en het vertrouwen dat hen gegeven werd, zich uiteindelijk volledig zou uitbetalen. Ik werd erg blij van dit idee en ik dacht: dit is wat er bij veel pioniers in de werksituatie ontbreekt en wat er ingevoerd moet gaan worden. Er moet een plek zijn waar de jonge honden in de werknemers losgelaten kunnen worden.

Veel sensitieve pioniers  zijn al bij reguliere organisaties vertrokken om een eigen bedrijf als zzp-er te beginnen. Ze willen de vrijheid hebben om hun eigen intuïtieve invallen te volgen en hun eigen werkomstandigheden vorm te geven. Maar stel je voor dat ze konden blijven, onder betere voorwaarden. Zou dat het bedrijfsleven niet een enorme stap verder kunnen brengen?

Alleen, hoe brengen we onder woorden dat deze vrijheid en dit vertrouwen de investering waard zijn?

Veel sensitieve pioniers hebben een prachtige unieke bijdrage of een prachtig uniek product, maar het is zo nieuw, om niet te zeggen vaag, voor anderen en tegelijkertijd zo gewoon voor henzelf, dat ze er maar moeilijk woorden voor kunnen vinden. Velen vragen zich af: Wat doe ik nou eigenlijk? Wat is precies mijn speciale bijdrage? Zet ik wel al mijn kwaliteiten in? En hoe kan ik die benoemen, zodat ik in bepaalde situaties ook ingeschakeld word? Veel ligt nog op een onbewust niveau verborgen.

Ik denk dat het de komende periode heel belangrijk is om een antwoord op deze vragen te vinden. Als de bijdrage van hoogsensitieve mensen vanuit het onbewuste in het bewustzijn komt, gaat er heel veel in positieve zin veranderen en wordt het leven voor hen ook een stuk makkelijker. Dat is ook eigenlijk waarom ik dit werk al zo lang doe.

Hieronder een aantal vragen als aanjager. Ik zou het fijn vinden als zoveel mogelijk mensen die zouden willen beantwoorden. Zo vinden we steeds meer woorden om te benoemen wat we nodig hebben om onze kwaliteiten helemaal in te gaan zetten.

  1.  Wat is jouw unieke bijdrage als hoogsensitief mens in jouw werksituatie? Geef een concreet voorbeeld waar je dat aan merkt. 
  2. Wat zijn belemmeringen die je hierin tegen komt?
  3. Wat kan de speciale bijdrage zijn van hoogsensitieve mensen in werksituaties? Waar merk je dat aan?
  4. Wat kunnen speciaal hoogsensitieve mensen betekenen voor organisaties?
  5. Wat zijn de ideale voorwaarden waaronder hoogsensitieve mensen kunnen bloeien, zodat het bedrijf optimaal van hun kwaliteiten kan profiteren? Maak een verlanglijst.
  6. Wat zou er volgens jou gebeuren als sensitieve pioniers hun kwaliteiten volledig en vrijuit in konden zetten?
Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 543 andere volgers