Hooggevoeligheid in het onderwijs

In 2006 gaf ik een lezing over hooggevoeligheid in het onderwijs bij De Roos in Amsterdam. Bij het opschonen van mijn bestanden kwam ik de tekst van deze lezing weer tegen. Toen ik hem doorlas, vond ik hem nog steeds de moeite waard om te delen. Hij is nog steeds actueel, ook al zijn er inmiddels diverse ontwikkelingen op het gebied van hooggevoeligheid in het onderwijs op gang gekomen. Maar we zijn er nog lang niet. Nog steeds wordt er op veel plaatsen geworsteld om de school aan te passen aan het veranderde leerlingenbestand in plaats van andersom. Het is niet een verhaal met praktische tips. Daarvoor is het te lang geleden dat ik zelf midden in de onderwijspraktijk stond (46 jaar!).  Wat ik in deze lezing wel doe is laten zien, zoals ik dat in al mijn lezingen en boeken doe, hoe je als leerkracht, ouder, scholier, een helende levenshouding kunt ontwikkelen waardoor je vanuit ontspanning  en vanuit een stevig gevoel van eigenwaarde in staat bent, veranderingen te bewerkstelligen.

Hieronder volgt de lezing, precies zoals ik hem toen uitgesproken heb.

Stilte

Ik begin mijn lezingen altijd met even stil te zijn. We hebben allemaal al een hele dag achter de rug, hebben al van alles meegemaakt. We beginnen met contact te maken met de rust in onszelf zodat we ons kunnen ontspannen en helemaal met onze aandacht hier kunnen zijn. Ga maar zo lekker mogelijk op je stoel zitten. Voel de grond onder je voeten. Voel je lichaam. Breng dan je aandacht naar je ademhaling. Voel hoe de lucht in je lichaam komt en hoe hij er weer uit gaat. Wees er gewoon bij. Voel wat er is, van binnen. Voel wat er voorbij komt aan beelden, gevoelen, gedachten… laat alles wat je niet dient, op een uitademing los. Laat het maar gewoon gaan. Net zo lang tot je helemaal in het nu bent. Helemaal hier aanwezig. Wakker, open, alert. Voel wie je bent, al die jij bent. Met al je kracht, al je wijsheid, al je mogelijkheden. Stel je ervoor open om vanavond nieuwe ontdekkingen te doen, nieuwe inzichten te verwerven, een nieuw stuk van jezelf naar boven te laten komen. Breng dan in je eigen tempo je aandacht terug naar je lichaam, op de stoel, in deze zaal. Beweeg je een beetje en doe je ogen open.

Inleiding

Het lijkt een heikele onderneming om een avond over hooggevoeligheid in het onderwijs te organiseren terwijl ik zelf al lang niet meer concreet betrokken ben bij het onderwijs. De tijd dat ik voor de klas stond, lijkt een vorig leven. Er zijn dus veel ontwikkelingen die ik niet ken. De reden dat ik dit toch doe is dat ik veel reacties krijg van ouders, leerkrachten en studenten die met het onderwijs te maken hebben. Ik durf dit avontuur aan omdat ik veel weet van hooggevoeligheid en aan de andere kant veel ervaring heb met het begeleiden van veranderingsprocessen, met name het begeleiden van pioniers. Ik mag dan de ontwikkelingen in het onderwijs zelf niet zo bijgehouden hebben, ik heb wel een grote liefde voor het vak. Kennis en ervaring delen is iets wat ik gewoon niet kan laten en ook hier vanavond kruipt het bloed gewoon waar het niet gaan kan.

Wij zijn hier als gelijken. Jullie hebben de actuele kennis en ervaring van het moeder, vader, verzorger zijn, het leerling zijn, het leraar zijn. Ik breng mijn ervaring als procesbegeleider in. We zijn allemaal pioniers, dat vind ik heel belangrijk om aan het begin vast te stellen. We zijn pioniers op het gebied van hooggevoeligheid. Het is nog maar een jaar of zes geleden dat we begonnen zijn, over hooggevoeligheid te praten. Daarvoor bestond het wel, maar er was nog niet echt een taal, geen begrippenkader om het erover te hebben. Nu die taal er steeds meer komt, ontstaan er ook mogelijkheden om invloed uit te oefenen.

Ik ontmoet bij mijn lezingen vaak ouders en leerkrachten die hun klachten en grieven spuien over het onderwijs. Het is belangrijk om vast te stellen dat die er zijn, dat is eigenlijk de eerste stap naar verandering.

Als je de motor van je onvrede gebruikt om positieve veranderingen te bewerkstelligen, dan ben je een pionier. En ik wil jullie allemaal, ouders, leerlingen en leraren, graag oproepen om een pionier te zijn in het onderwijs.

De essentie

De kernvraag voor vanavond is wat mij betreft dan ook: Hoe kan ik in mijn situatie als ouder, leerling, leraar invloed uitoefenen om de situatie van hooggevoelige kinderen en hooggevoelige leerkrachten op school te verbeteren? Na de pauze zullen we kijken of we concrete antwoorden op die vraag kunnen vinden. Vóór de pauze wil ik eerst een aantal concrete voorbeelden geven van uitdagingen waar leerlingen, leraren en ouders voor staan en daarna een aantal handreikingen geven voor pioniers.

Maar nu eerst: waar hebben we het over?

Wat is het onderwijs? We zijn nogal eens geneigd, het erover te hebben alsof het een log systeem is dat een eigen leven leidt, waar we zelf geen invloed op hebben. Dat is echter een manier van praten en een manier van denken die ons verlamt. Laten we vanavond proberen om op een andere manier naar onderwijs te kijken. Als een levend organisme waar wij allemaal deel van uitmaken, waar wij allemaal zo goed en zo kwaad als het gaat in leven en waar wij allemaal invloed op hebben. Nu kun je wel zeggen, ik heb geen invloed, maar dat is niet waar. Ook als je jezelf nooit laat horen, heb je invloed. Dan bevestig je gewoon dat het gaat zoals het gaat. Laten we eens kijken of we de essentie van onderwijs in een beeld kunnen vatten. Kijk maar of er een beeld bij je opkomt wat voor jou de essentie van onderwijs is.

Zelf houd ik erg van het beeld van kinderen in een kring om het vuur staan. En achter hen staan de volwassenen, de ouders, de leraren en alle anderen die de kinderen aanmoedigen, de wijsheid, de kracht, de speelsheid die ze in zich hebben, naar buiten te brengen en te ontwikkelen. We staan allemaal rond het vuur, dat ons licht geeft en warmte, het is het vuur in ons midden en in onszelf dat ons verbindt. Ik heb een keer een tekening gemaakt van dit beeld en het was een grote vreugde om al die kinderen en volwassenen op een verschillende manier uit te beelden. Al die verschillen, en ieder een eigen plek rond dat vuur.

Ik weet niet hoe jullie ervaring is, maar ik heb zelf altijd het best kunnen leren en ook het best kunnen onderwijzen als ik wist dat ik een eigen plekje had in die kring bij dat vuur. Als ik mezelf mocht zijn en anders mocht zijn dan de anderen. En als ik kon genieten van het anders zijn van de anderen.

Laten we dat beeld, of je eigen beeld van de essentie van onderwijs vanavond in gedachten houden, want dat is het verlangen van waaruit we hier bij elkaar zijn en dat misschien nog meer dan die onvrede een motor kan zijn voor verandering en groei.

De praktijk

Ik schets nu eerst een aantal voorvallen uit de onderwijspraktijk. Ze komen uit het leven van mensen die mijn lezingen bezochten, mensen die mij schreven, mensen die schreven naar internetforums. Om redenen van privacy heb ik de namen veranderd. Vooraf wil ik dit zeggen: ik ben er van overtuigd dat overal in het onderwijs kinderen, leerkrachten en ouders verschrikkelijk hun best doen om er iets goeds van te maken. De meeste mensen die bij het onderwijs betrokken zijn, zijn heel welwillend en hebben een grote inzet. Dat maakt het ook zo pijnlijk als desondanks een aantal dingen toch niet goed blijkt te lopen. Een van de uitdagingen waar we voor staan, is om elkaars inzet te waarderen en daarnaast op een respectvolle manier ook duidelijk te zeggen wat we op onze lever hebben. Dan nu de ervaringen met de schoolpraktijk.

Nanke is drie jaar en zit op een kinderdagverblijf. Tijdens de lunch moeten alle kinderen in een kring hun boterhammetje opeten. Nanke zoekt een rustig hoekje om te gaan zitten. Maar dat mag niet van de leidsters. Ze moet in de kring. Dan zet ze haar stoeltje in de kring, maar met haar rug naar de kring toe. Ook dit mag niet. ’s Middags spreekt de juf de moeder van Nanke er op aan dat haar dochtertje zo vaak ongehoorzaam is. Nanke wist precies wat ze nodig had. Maar hoe lang zal ze dat nog zo goed weten?

Patrick is 5 jaar. Hij is op het speelplein aan het spelen en opeens begint het te sneeuwen. Hij blijft doodstil staan, verroert geen vin meer en ziet lijkwit. De juf denkt dat hij ziek is, en laat hem naar binnen. Zijn moeder weet wel beter. Als het regent of sneeuwt, raakt hij in paniek. Hij kan geen water of sneeuw op zijn gezicht verdragen. Zo zijn er meer dingen waar hij van in paniek raakt. Bijvoorbeeld tijdens de gymles. Op een keer komt hij de klas binnen en zit daar een andere juf op de stoel. Zijn moeder moet hem naar binnendragen, hij is helemaal overstuur.

Joost zit in groep vier. Er wordt gezegd dat hij ADHD heeft. Zijn moeder twijfelt daar aan, hoewel ze hem wel anders vindt dan andere kinderen. In de klas is hij heel druk, maar thuis kan hij uren zoet zijn met het uit elkaar halen van oude radio’s en het maken van elektrische verbindingen. Hij timmert ook graag. Maar helaas, op school draait het meestal om hoofdwerk. En daar is hij niet zo goed in. Nu heeft de juf bedacht dat ze een les timmeren gaat geven. Joost is daar heel blij mee, nu kan hij eindelijk laten zien waar hij goed in is. Een week van tevoren bedenkt hij al wat hij gaat maken. Maar als de les daar is, blijkt dat iedereen hetzelfde moet maken; een bankje van drie plankjes. Veel te simpel voor hem, want hij kan al veel meer. Maar de juf maakt geen uitzondering en stelt ook niet voor dat hij beter andere kinderen kan helpen omdat hij het al zo goed kan. Joost erg boos en komt helemaal overstuur thuis.

Femke is na veel problemen overgeplaatst naar een vrije school. De sfeer op deze school en in de klas is voor Femke heel prettig. Hier is herhaling, ritme en structuur heel belangrijk en dat zorgt voor veel duidelijkheid en veiligheid. Ook is er steeds een natuurlijk evenwicht tussen rust en actie, waardoor ze steeds opnieuw bij zichzelf terug kan komen. Het onderwijs en de jaarfeesten sluiten goed aan bij Femkes gevoelige aard. Haar moeder zegt: Ik heb de indruk dat kinderen in het Vrije Schoolonderwijs meer tijd krijgen om te worden wie ze in hun kern zijn en dat er minder sterk met een gemeenschappelijke maat gewerkt wordt.

Sander zit in 4Havo en weet sinds kort dat hij hooggevoelig is. Hij zegt: ‘Ik weet uit ervaring dat hooggevoelige kinderen op school niet graag een speciale behandeling krijgen. Je voelt je vreselijk opgelaten als dat gebeurt. Zo gaf mijn lerares Algemene Literatuur mij een hoger punt voor mijn boekverslag, omdat ik gedichten schrijf, en zij dit geweldig vindt. Ik haat dat soort dingen. Een hoog punt is wel fijn, maar niet als ik het onverdiend heb gekregen.
Ik hoop in de klas altijd maar dat ik niet opval. Ik wil met rust gelaten worden. Meestal zit ik dan ook alleen. De leraren hebben aangeboden om leerlingen af en toe een dagje met rust te laten als het tegenzit. Maar ik heb dat elke dag wel bij 2 lessen, en dat soort speciale
hulp wil ik niet. Ik functioneer het best als ik zoveel mogelijk zelfstandig kan doen.’

 Dénise is opvoedster in opleiding. Ze zegt: ‘ik moet voortdurend tegen de stroom ingaan en mijn docenten overtuigen van mijn kwaliteiten als gevoelige, eerder introverte hulpverlener.  Mijn leraar beroepspraktijk heeft een heel vast beeld van hoe opvoeders zouden moeten zijn. Ik pas daar totaal niet in. Ik werk met mentaal gehandicapte kinderen en ik ben ervan overtuigd dat ik  hen iets extra’s kan meegeven, zij het dan op mijn eigen manier: met muziek, met helende aanraking, via een écht contact en ja, veel rustiger en zachter dan mijn collega’s.

Mariëlle is leerkracht op een basisschool. Zij zegt: ‘Ik zie iedere keer opnieuw talentvolle gevoelige collega’s met meer inzicht, met meer bewustzijn, uitvallen. Ze voelen zich niet prettig op school omdat er niet naar hen geluisterd wordt en omdat ze voortdurend weerstand ervaren. Je bent nu eenmaal aangenomen om kinderen te leren rekenen, lezen en schrijven. Zo simpel ligt het voor de anderen. Terwijl je ziet dat steeds meer gevoelige kinderen geen aansluiting vinden, eenzaam worden, zich terugtrekken op zichzelf of juist agressief worden.

Heleen, ook hooggevoelig, hield het na een aantal jaren als leerkracht op de basisschool voor gezien. Zij zegt: Ik heb altijd al een zesde zintuig gehad voor kinderen die het moeilijk hebben. Ik kan goed contact met ze maken. Collega’s  zagen mij als een leerkracht met een groot waarnemingsvermogen, iemand die in staat is om verbanden te leggen en die liever uitgaat van mogelijkheden en niet van onmogelijkheden. Maar het zijn ook mijn valkuilen gebleken want als het om problemen met kinderen ging, liep ik vaak stuk op regels en procedures en dat heeft me enorm gefrustreerd. Ik vind het bijvoorbeeld onbegrijpelijk als een school een toets wil afnemen bij een kleuter terwijl gebleken is dat dit kind een handicap heeft waardoor hij die toets niet kan bevatten omdat de vragen te lang zijn.

Ik ben in het onderwijs vaak geconfronteerd met beslissingen die geen recht doen aan een kind, met uitspraken waar je tenen van krom gaan staan en met een manier van omgaan met elkaar binnen een team die ronduit droevig is. Er werd weinig gecommuniceerd. Iedereen zag  wel wat er gebeurde, maar nam niet de verantwoordelijkheid om er tegen op te treden. Ik heb verschillende keren kinderen van andere leerkrachten in de kraag gepakt omdat ze iets deden wat niet door de beugel kon. Niet iedere collega kon dat waarderen en ook de kinderen vonden niet altijd dat ze mij verantwoording schuldig waren. Ik was hun juf toch niet? Voor mij is de school juist een plek waar je dingen samen doet, waar je samen een school bent, je bent een onderdeel van een groter geheel en je kunt leren van iedereen.

Anja, die nu volwassen is, en moeder van een hooggevoelig kind, zegt: Ik kon er vroeger niet tegen als leerlingen geen respect hadden voor bepaalde leraren. Ik vond het vreselijk als er kwaadgesproken werd en als er kinderen gepest werden. Ik kon niet tegen onrechtvaardigheid en oneerlijkheid. Ik kon niet stoer doen om mijzelf beter te voelen. Ik kon een ander niet kwetsen om mijzelf sterker te voelen. Ik kon niet mee doen om maar bij de groep te horen. Ik wist dat ik hierin verschilde van mijn klasgenoten. Ik vond geen aansluiting en sloot me af van de buitenwereld. Ik was niet zo en ik kon er ook niets over zeggen, want dat zou beteken dat ik het pispaaltje van de klas zou worden. Als ik terug kijk, vraag ik mij af waarom nooit iemand iets aan mij gevraagd heeft in plaats van alleen maar conclusies te trekken wat er met mij aan de hand kon zijn. Ik had gewild dat ze mij als een wijs kind hadden gezien dat in staat was mensen emotioneel te steunen en zelfs te begeleiden. Ik had goudeerlijk gezegd waarom ze in het leven vastliepen en wat ze zouden kunnen doen om hun leven te veranderen. Ik had gehoopt dat mensen open zouden staan voor mijn kennis. Het is niet dat ik geen vriendinnetjes wilde. Het is niet dat ik me terug wilde trekken. Ik durfde me niet meer te uiten, omdat ik mij anders voelde. En als iemand had gevraagd waarom ik zo deed als ik deed, had de oplossing misschien aan het licht kunnen komen.

En tot slot Elize, die zegt: ik voel me altijd al een pionier: in ons gezin vroeger, tijdens mijn studie, als moeder, ook op de school van mijn dochter, in mijn werk, in mijn relatie. Soms slaat ook wel de eenzaamheid toe: nee, nou effe niet! Ik heb echt behoefte aan mensen met wie ik dat pionierschap kan delen.

Pionier zijn

En deze uitspraak brengt ons naar het pionier zijn. Ik denk dat velen van ons de ervaring van Elize delen dat je vaak in een situatie bent waarin je merkt dat je alleen staat, dat je op niemand terug kunt vallen. Je voelt dat je anders bent dan de anderen, ook al zou je dat misschien het liefst niet zijn. Je kunt dan kiezen uit doen alsof, wat geen prettig gevoel geeft, doen alsof je onzichtbaar bent, wat wel rustig is, maar je op den duur ondermijnt, of rustig laten zien wie jij bent en wat jij vindt. In het laatste geval ben je een pionier. Wees je ervan bewust dat je met velen bent. Je bent echt niet de enige. Kijk maar eens om je heen. Als je op school problemen rond hooggevoeligheid aankaart, bewijs je niet alleen jezelf een dienst, maar vele kinderen, ouders en leraren. Je helpt dan mee om de geschiedenis een andere wending te geven. Niet door grootse daden, maar door gewoon jezelf te zijn.

Pijn verwerken

Veel mensen zijn gefrustreerd, aangeslagen, boos door hun ervaringen in het onderwijs. Ik ontmoette pas nog een wat oudere man die volgens zijn zeggen afgekeurd was als leraar vanwege zijn hooggevoeligheid. Ik kon met hem geen gesprek voeren over het onderwijs, hij kon alleen maar praten over zijn boosheid en verdriet. Waar hij behoefte aan had, was de erkenning van zijn gevoelens.

Ik denk dat dit de eerste fase is als de motor van de onvrede begint te werken. Het is heel belangrijk om je eigen gevoelens van onvrede te erkennen. Om jezelf onvoorwaardelijk te accepteren, inclusief die gevoelens, zelfs al lijken ze af en toe irreëel. En als je dat niet kunt, is het goed als je mensen kunt vinden die je begrijpen, zodat je niet meer hoeft te ontkennen wat je voelt. Dat kan helpen. Als je dan jouw eigen gevoelens voelt, erkent en respecteert, dan kun je ze verwerken. Pas als dat gebeurd is, kun je de helderheid en de openheid opbrengen om met anderen in gesprek te gaan.

Alle hooggevoelige volwassenen kennen de ervaring van het afgewezen zijn op een heel kostbaar stuk van zichzelf: hun intuïtie, hun wijsheid, hun mededogen, hun empathie, hun verlangen om de ander op een diep niveau te ontmoeten. Het is prachtig als je jouw gevoeligheid kunt geven om mensen nabij te zijn, maar het is heel pijnlijk als het je onmogelijk wordt gemaakt. Als dat met een kind gebeurt, trekt het zich terug. We worstelen allemaal met dat overlevingsmechanisme van terughouding.

Als je in de gaten begint te krijgen hoe dit gewerkt heeft, treedt er een periode van herstel in. Dat is een tijd waarin vaak de pijn van vroeger weer naar boven komt en waarin het ook vaak heel verdrietig is om te zien hoe je je nog steeds terughoudt, terwijl je het zo graag anders zou willen. Tegelijkertijd groeit het verlangen om je ware zelf steeds meer te tonen.

Aan het eind van de herstelperiode begin je een vastbeslotenheid te voelen om je ware aard te laten zien en er respect voor op te eisen. Als je hier bent in je proces, is misschien de tijd aangebroken om op school in gesprek te gaan. Met veel liefde voor jezelf, voor je eigen aard en voor al die hooggevoelige kinderen die we niet in de steek kunnen laten. Door in onze eigen waardigheid te staan, kunnen we ervoor zorgen dat het voor hen gemakkelijker wordt dan het voor ons geweest is. Als je echt spreekt vanuit je essentie, dan wordt de ziel van de ander aangeraakt, dan is er een grotere kans op een goed gesprek.

Voel hoe je in je eigen waarheid en in je volle waardigheid staat. Sta achter jezelf. Twijfel niet. Als een ander het niet begrijpt, wil dat nog niet zeggen dat wat jij vindt, niet klopt. Spreek niet vanuit je rol als ouder, leerkracht of leerling. Zie degene met wie je praat ook werkelijk. Wees je ervan bewust dat het om gedeelde belangen gaat. Het gaat niet alleen om jouw belang. Het gaat er ook om, dat de ander kan zien welk belang hij of zij hierbij heeft. Je hoeft geen strijd te voeren. Je oefent op een prachtige manier invloed uit door gewoon te zijn. Als je authentiek in je eigen kracht staat en de ander uitnodigt, zonder gefixeerd te zijn op het resultaat, dan gaat de rest vanzelf. Als je in je eigen centrum staat en vanuit ontspanning spreekt, dan voel je vanzelf waar je de ander kunt ontmoeten. Mocht je bij de ander erg veel weerstand voelen, ga dan niet zitten duwen en trekken. Zeg gewoon wat je te zeggen hebt, vraag begrip en medewerking en laat het daarbij. Kennelijk is het dan niet het juiste moment om door te gaan. Duwen en trekken kost vreselijk veel energie en levert meestal alleen maar frustratie op. Als de ander ergens niet voor open staat, dan is dat gewoon zo, dat moet je respecteren. Ja, maar mijn kind of de kinderen dan? Zul je misschien denken. Maar het is belangrijk om er op te vertrouwen dat er nog wel een kans zal komen. Blijf alert. Misschien is het later op een andere manier mogelijk. Bijvoorbeeld doordat je dan namens meer mensen kunt spreken. Of iemand anders vindt die het gesprek beter met die persoon aan kan gaan. Het kan ook zijn dat je moet concluderen dat praten hier geen zin heeft en dat je in het belang van je kind over een andere school moet gaan nadenken. De kunst is om de ander in zijn waarde te laten, ook al ben je het helemaal niet met zijn manier van doen eens. Vertrouw er op dat jouw bijdrage zijn werk zal doen, ook al zie je nog geen direct resultaat.

Mijn vader was een heel gevoelig mens. Hij liep volkomen vast met die gevoelige aard en wist het hoofd alleen boven water te houden door vreselijk streng te zijn voor zichzelf en zijn gezin. Zo dacht hij ook mij te kunnen beschermen voor mijn gevoeligheid en voor de kwetsuren die hij zelf had opgelopen. Hij leerde me om mijn gevoel te onderdrukken en me onzichtbaar te maken. Maar… .

Deze tijd is gelukkig anders. Er is meer ruimte om helemaal jezelf te zijn. Er is meer ruimte voor diversiteit. Alleen, je merkt het pas als je het doet. Je schept je eigen ruimte door te zijn wie je wilt zijn, door te zeggen wat je wilt zeggen, door te doen wat je wilt doen. Het is spannend om het achterste van je tong te laten zien. Ook voor mij is het nog steeds spannend. Ook om een lezing te kunnen geven als deze, moet ik de nodige angst overwinnen. Maar het is de moeite waard.We kunnen elkaar daarbij bemoedigen en helpen. We kunnen elkaar steunen om moedige stappen te zetten en we kunnen het samen vieren als het lukt.

 

Na de pauze

Een energieveld creëren

Deze meditatie vond plaats met de mensen die er op dat moment waren. Als lezer kun je dit ook doen door je voor te stellen dat alle mensen die de intentie hebben om het onderwijs ten positieve te beïnvloeden, aanwezig zijn.

Voordat we met elkaar gaan praten, wil ik eerst met jullie samen bewust een energieveld creëren. Dat is iets wat verder reikt dan alleen deze avond. Je zult merken dat je deze energie mee neemt naar huis en dat ze haar werk zal doen. Dit is iets waar hooggevoelige mensen heel goed in zijn. Je hoeft er niet je best voor te doen. Het gaat vanzelf.

Zet je voeten goed op de grond. Voel hoe je lichaam op de stoel zit Voel hoe de aarde je draagt en hoe de zwaartekracht je op de grond houdt. Breng je aandacht naar je ademhaling. Blijf er maar een tijdje bij. Voel je lichaam. Voel de plekken waar de lucht langs strijkt. Kijk of je je verder kunt openen, zodat de zuurstof tot in al je cellen door kan dringen.

Voel wie jij bent. Al wie jij bent, met al je levenslust, al je wijsheid, al je mogelijkheden. Zeg er ja tegen. Laat al wie jij bent hier aanwezig zijn. Misschien voel je iets van twijfel, van angst of verzet. Voel maar gewoon wat je voelt. Dat is prima. Als je iets los wilt laten, laat dat dan op je uitademing los. Ook oordelen, twijfel aan jezelf, meningen over jezelf die je belemmeren om te groeien, als je ze los wilt laten, laat je ze los. Kijk hoe ver je kunt komen. Of je helemaal aanwezig kunt zijn. Stel je open voor nieuwe mogelijkheden, nieuwe inzichten, nieuwe vermogens. Stel je ervoor open dat je iemand zou kunnen zijn van wie je nooit gedacht had dat je die kon zijn.

Voel dan het energieveld dat we hier met zijn allen creëren. Voel hoe krachtig het is. Voel hoe het je optilt. Kijk hoever je je mee durft te laten nemen. Voel hoeveel vertrouwen je hieruit kunt putten. Voel hoe jij hier in dit energieveld aanwezig bent. Voel nog eens je voeten op de grond. Voel hoe je helemaal in je lichaam bent en tegelijkertijd verbonden bent met alle kinderen en met alle mensen die zich inzetten voor kinderen. Voel hoe nu de energie van de kinderen erbij komt. Voel de vrolijkheid, de speelsheid, de wijsheid, de liefde, het mededogen van de kinderen. Stel je er helemaal voor open. Voel de liefde van al die volwassenen die achter hen staan. Zie hoe verbonden ze zijn, ook al hebben ze verschillende rollen.

Breng nu je aandacht weer naar je eigen ademhaling. Voel hoe je rustig in je eigen lijf bent. We hebben een energieveld gecreëerd waaruit we plezier, wijsheid en nieuwe oplossingen kunnen putten. Dit energieveld blijft bestaan, ook al eindigt deze meditatie dadelijk. We kunnen er altijd naar terug om ons op te laden met aanmoediging, ondersteuning, vertrouwen, plezier in onze mogelijkheden, ook als we weer thuis zijn.

Tenslotte een gedicht van Hans Andreus.

Je bent zo
mooi
anders
dan ik,

natuurlijk
niet meer of
minder
maar

zo mooi
anders,

ik zou je
nooit

anders dan
anders willen.

 

Hans Andreus

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: